Dissertatieprijzen

Naam:
Tabitta van Nouhuys
Jaar:
1997
Dissertatie:
The age of two-faced Janus. The comets of 1577 and 1618 and the decline of the Aristotelian world view in the Netherlands

Het onderwerp van deze dissertatie betreft een groot moment in de geschiedenis: het moment waarop het aristotelisch wereldbeeld werd vervangen door het copernicaanse. De probleemstelling gaat uit van de vraag, in hoeverre de verschijningen van de kometen van 1577 en 1618 - in die tijd zelf onderwerp van vele en wijd verspreide publicaties van allerlei aard - inderdaad hebben geleid tot de aantasting van het aristotelisch wereldbeeld, juist in het algemene denken van een groot aantal geleerden die zich met astronomie bezig hielden in de Nederlanden. De auteur verwerkt een groot aantal deels onbekende of weinig bestudeerde bronnen en verdiept zich grondig in de moderne wetenschapshistorische literatuur. Niet alleen werden geleerde Latijnse traktaten onderzocht, maar ook vele bronnen in de volkstaal, om zo een algemeen beeld van het intellectuele leven te verkrijgen. Speciale aandacht wordt geschonken aan veranderende denkbeelden omtrent astronomie, natuurfilosofie, astrologie en prognostica, ook in verband met politieke ontwikkelingen zoals de Nederlandse Opstand. Hierdoor levert dit boek een belangrijke en vernieuwende bijdrage aan de kennis van intellectuele ontwikkelingen in de vroegmoderne tijd, waarbij deze ontwikkelingen steeds zijn ingebed in de algemene geschiedenis van het tijdvak. Zo wordt een tot nu toe vrijwel onbekend beeld opgeroepen van een intellectueel milieu in beweging en gisting. De val van het aristotelisch wereldbeeld is volgens dr. Nouhuys geenszins abrupt, maar integendeel een proces van geleidelijk verval. Zij toont aan hoe men trachtte nieuwe bevindingen te incorporeren in een bestaand wereldbeeld zonder te veel van dat beeld te laten varen, namelijk door een beroep te doen op denkbeelden van niet-aristotelische denkers uit de Oudheid.

Voordracht: Rijksuniversiteit Leiden, Faculteit der Letteren
Promotor: Prof. M.E.H.N. Mout