Oud-prijswinnaars

Benjamin Ferencz

2009

Het thema van de Erasmusprijs 2009 was het Internationaal strafrecht en de berechting van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. De prijs werd gedeeld door twee eminente juristen: Antonio Cassese en Benjamin Ferencz. Samen vormen zij – de aanklager en de rechter – de belichaming van de poging om internationale oorlogsmisdaden te bestraffen, te voorkomen en te elimineren.

Benjamin Ferencz werd geboren in 1920. Na de Tweede Wereldoorlog oorlog werd hij aangesteld om bewijs te verzamelen voor de door de nazi’s begane wreedheden. In 1947-48 trad hij op als hoofdaanklager in het Einsatzgruppen-proces in Neurenberg, Duitsland. Als geëngageerd burger, op persoonlijk initiatief en slechts gewaardeerd door particuliere organisaties is hij blijven ijveren voor de erkenning van het internationaal humanitair strafrecht. De heer Ferencz heeft het voorkomen van agressie en oorlog tot het voornaamste doel van zijn inspanningen gemaakt en is de drijvende kracht geweest achter de oprichting van het Internationaal Strafhof. Onvermoeibaar is de heer Ferencz blijven strijden voor een vreedzamere wereld, waarin het recht regeert.

Gronden van Verlening

Artikel 2 van de statuten van de Stichting Praemium Erasmianum luidt als volgt:
Het doel van de Stichting is om, binnen de context van de culturele tradities van Europa in het algemeen en het gedachtegoed van Erasmus in het bijzonder, de positie van de humaniora, de sociale wetenschappen en de kunsten te versterken. De nadruk ligt op tolerantie, cultureel pluralisme en ondogmatisch, kritisch denken. De Stichting probeert dit doel te bereiken door het toekennen van prijzen en op andere wijze. Een geldprijs wordt uitgereikt onder de naam Erasmusprijs.

In overeenstemming met dit artikel heeft het bestuur van de Stichting Praemium Erasmianum besloten de Erasmusprijs voor het jaar 2009 toe te kennen aan Antonio Cassese en Benjamin Ferencz. De prijs is hun toegekend op grond van de volgende overwegingen.

Beide heren hebben op significante wijze bijgedragen aan de ontwikkeling van een universeel rechtssysteem.
De heer Ferencz heeft het voorkomen van agressie en oorlog gemaakt tot het voornaamste doel van zijn inspanningen en is de drijvende kracht geweest achter de oprichting van het Internationaal Strafhof.
Onvermoeibaar blijft de heer Ferencz vechten voor een vreedzamer wereld, waarin het recht regeert.
De heer Cassese heeft een pioniersrol vervuld bij de oprichting van de eerste internationale hoven en het vestigen van hun autoriteit.
In de functies van rechter, docent, geleerde en criticus heeft de heer Cassese vele studenten en medewerkers gemotiveerd en een cruciale rol gespeeld in de erkenning van internationale tribunalen.
Samen vormen deze mannen - de aanklager en de rechter – de belichaming van de poging om internationale oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid te bestraffen, te voorkomen en te elimineren.

Laudatio

Uitgesproken door Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje

Dames en heren,

Is een vreedzame gemeenschap van staten haalbaar? Mogen we dromen van Utopia?
Velen zullen het erover eens zijn dat we moeten blijven streven naar een minder gewelddadige wereld, maar slechts weinigen geloven dat dit ideaal nog tijdens ons leven verwezenlijkt kan worden. Het concept van een vreedzame samenleving van naties werd al in 1795 geïntroduceerd, toen Immanuel Kant in zijn Naar de eeuwige vrede: een filosofisch ontwerp het idee schetste van een bond van volkeren die conflicten zou beteugelen en vrede tussen staten zou bevorderen. Kant pleitte voor het totstandbrengen van een vreedzame wereldgemeenschap in de hoop dat elke staat zijn burgers zou respecteren en buitenlandse bezoekers als gelijkwaardige rationele wezens zou verwelkomen. Een unie van vrije staten zou wereldwijd een vreedzame samenleving bevorderen, onder toezicht van de internationale gemeenschap.
De ontwikkeling van het internationale recht leidde in 1919 tot de oprichting van de Volkenbond krachtens het Verdrag van Versailles. De Volkenbond was met name in het leven geroepen om nieuwe wereldoorlogen te voorkomen, maar bleek uiteindelijk niet bij machte de agressie van de As-mogendheden in de jaren dertig te voorkomen. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog werd de Volkenbond opgevolgd door de Verenigde Naties, die veel van zijn instellingen erfde, en werd de droom nieuw leven ingeblazen. In de preambule bij het VN-Handvest geven de “volken van de Verenigde Naties” blijk van hun vastbeslotenheid hun krachten te bundelen “ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid” en “door het aanvaarden van beginselen en het invoeren van methodes te verzekeren, dat wapengeweld niet zal worden gebruikt behalve in het algemeen belang”.
De internationale rechtsorde werd in toenemende mate vormgegeven met als uitgangspunt de notie dat plegers van gruwelijke misdrijven niet ongestraft mogen blijven en dat er geen vrede kan zijn zonder gerechtigheid. De tribunalen van Tokio en Neurenberg na de Tweede Wereldoorlog waren met recht mijlpalen in de ontwikkeling van het internationale recht en richtten zich op de individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid, in plaats van op de aansprakelijkheid van de staat. Zowel het tribunaal van Neurenberg als dat van Tokio ontwikkelden het concept van internationale strafrechtelijke aansprakelijkheid voor misdrijven op grond van het internationale recht, zoals oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid, en pasten het toe. Het concept van individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid werd verder uitgewerkt in internationale verdragen zoals de Verdragen van Genève, het Genocideverdrag en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen foltering.
Na Neurenberg en Tokio duurde het echter ruim 40 jaar, tot na het einde van de Koude Oorlog, voordat de internationale vervolging van de ernstigste internationale misdrijven een vervolg kreeg. Vanaf de jaren 90 werden er diverse internationale, of deels internationale, gerechtshoven en tribunalen opgericht door of met steun van de Verenigde Naties, zoals het Joegoslavië- en het Rwanda-tribunaal en de tribunalen voor Sierra Leone, Libanon en Cambodja. Deze tribunalen werden ingesteld voor het berechten van internationale misdrijven in verband met specifieke situaties. Het Internationaal Strafhof, dat werd opgericht bij de ondertekening van het Statuut van Rome in 1998 en in juli 2002 in Den Haag zijn deuren opende, is daarentegen ’s werelds eerste permanente gerechtshof voor strafzaken. Het heeft in beginsel universele rechtsmacht voor de berechting van de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap met zorg vervullen.
Dat internationale tribunalen van groot belang zijn, is evident gezien de internationale misdrijven die overal ter wereld telkens weer worden begaan. De dagelijkse realiteit bij de internationale gerechtshoven en tribunalen kan echter soms een behoorlijke uitdaging zijn. Zo zijn ze bijvoorbeeld voor de uitvoering van hun mandaat afhankelijk van de medewerking van staten.
Aangezien vrede en gerechtigheid samen gaan, moet de internationale gemeenschap haar inspanningen vergroten en zich nadrukkelijk committeren aan internationale rechtspraak als aanvulling op nationale rechtspraak. De internationale strafhoven en tribunalen zouden doeltreffend moeten kunnen functioneren als onafhankelijke gerechtshoven en rechtspreken in het belang van de vrede.
Dames en heren, de Erasmusprijs 2009 heeft als thema "Internationale vervolging en berechting van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid". De prijs wordt uitgereikt op het moment waarop het Joegoslavië-tribunaal en het Rwanda-tribunaal hun werkzaamheden gaan afronden, het moment waarop verscheidene andere gerechtshoven en tribunalen internationale strafzaken behandelen en de wereldgemeenschap meer dan ooit de noodzaak voelt samen te werken om mondiale problemen op te lossen. In deze context achtten wij de tijd rijp om de aandacht te vestigen op de rechtsstaat en het belang van internationale juridische structuren.
De Erasmusprijs wordt toegekend aan twee eminente juristen, Antonio Cassese en Benjamin Ferencz. De Stichting Praemium Erasmianum beschouwt de twee laureaten van dit jaar als sleutelfiguren in de ontwikkeling van het systeem van universeel strafrecht. Beiden hebben hieraan een grote bijdrage geleverd.

 

De oorlogservaringen van de heer Ferencz zijn bepalend geweest voor zijn verdere leven en de moeilijke doelen die hij zichzelf heeft gesteld. Hij was hoofdaanklager bij het Einsatzgruppen-proces in Neurenberg en bracht tweeëntwintig nazi’s die oorlogsmisdrijven hadden begaan voor de rechter. Daarna gaf hij leiding aan programma’s voor de teruggave van eigendommen en rechtsherstel en hielp slachtoffers van het naziregime bij het claimen van schadevergoeding voor hun lijden en verliezen. Hij was als juridisch raadsman betrokken bij onderhandelingen over herstelbetalingen tussen West-Duitsland en Israël en joodse organisaties. Vandaag de dag zijn zijn inspanningen voornamelijk gericht op het voorkomen van oorlog. Hij beschouwt oorlog als het grootste aller kwaden en blijft er tegen strijden. Een van zijn campagnes is erop gericht agressie als misdrijf aan te merken in de zin van het statuut van het Internationaal Strafhof. De heer Ferencz strijdt zijn hele leven al om een einde te maken aan de straffeloosheid van de architecten en plegers van grootschalige gruweldaden en hamert op het belang van individuele aansprakelijkheid. Zijn lange carrière, die begon in Neurenberg, wijdt hij nu aan de ontwikkeling van een wereldwijd functionerend systeem van internationaal strafrecht. De oprichting van nieuwe instellingen, waaronder het Internationaal Strafhof, is dan ook in niet geringe mate aan zijn inspanningen te danken.

Antonio Cassese heeft een sleutelrol gespeeld bij de ontwikkeling van belangrijke rechtsbegrippen en heeft bijgedragen aan de oprichting van de opvolgers van de tribunalen van Neurenberg en Tokio in het belang van de internationale rechtspraak. Hij was een drijvende kracht achter de oprichting van het Internationaal Joegoslavië Tribunaal en heeft in zijn hoedanigheid van eerste President een doorslaggevende rol gespeeld bij het vestigen van het gezag van dit tribunaal.
Gedurende zijn loopbaan heeft Antonio Cassese vele rollen vervuld: hij was rechter, leidde de VN-onderzoekscommissie inzake Darfur, heeft gewerkt als wetenschapper, leraar, editor en commentator en heeft bovendien talrijke boeken en artikelen op zijn naam staan. Hij beschikt over het zeldzame talent zich alle aspecten van het internationale recht werkelijk eigen te maken. Hij weet helderheid en oog voor detail te combineren en kijkt daarbij met name naar de praktische toepassing van het recht. Hij staat inmiddels bekend als een echte doorzetter, iemand die zijn collega’s motiveert en een hele generatie studenten heeft geïnspireerd. Hij trad op als het geweten van het Internationaal Strafhof door zich uit te spreken over de nieuwe en complexe kwesties die eraan zijn voorgelegd. Dhr. Cassese is nu wederom in Den Haag werkzaam, als President van het Speciaal Tribunaal voor Libanon.

Mijne heren, de ontwikkeling van het internationale strafrecht is grotendeels het resultaat van uw werk. Met niet-aflatende ijver heeft u de belangstelling voor universele rechtspraak levend gehouden en gestreden voor de oprichting en erkenning van internationale tribunalen. De toekenning van de Erasmusprijs is een eerbetoon aan uw werk en wij willen hiermee blijk geven van onze grote waardering voor uw standvastigheid in de strijd voor universele rechtspraak.
Ik wil mijn toespraak eindigen met een treffend citaat uit het slotpleidooi van Benjamin Ferencz in Neurenberg tijdens het proces waar hij hoofdaanklager was. Antonio Cassese, destijds President van het Internationaal Joegoslavië Tribunaal, heeft deze woorden herhaald toen hij in 1997 verslag uitbracht aan de Verenigde Naties. Het waren krachtige woorden, die betrekking hadden op mensen die gruweldaden hadden begaan. Aanklager Ferencz zei het volgende tot het Tribunaal: “Zij speelden met levens en hanteerden de dood als werktuig. Als deze mensen niet ter verantwoording kunnen worden geroepen dan verliest het recht zijn betekenis en moet de mens leven in vrees”.
Mijne heren, wij hopen dat de kracht van uw woorden en argumenten een bron van inspiratie blijven voor allen die grootschalige gruwelijkheden bestraft willen zien en wensen dat de heerschappij van het geweld wordt vervangen door de heerschappij van het recht.
Mag ik u uitnodigen, meneer Cassese en meneer Ferencz, naar voren te komen zodat ik u kan bekronen met de versierselen van de prijs.

Dankwoord Benjamin Ferencz


foto John Thuring

Majesteit, Koninklijke Hoogheden, vereerde gasten en vrienden,

Ik ben zeer geroerd en vereerd met uw aanwezigheid. Ik zou graag mijn dankbaarheid willen tonen door enige persoonlijke ervaringen met u te delen. Deze weerspiegelen de waarden van Erasmus, wiens naam wij hier gedenken.
Mijn leven is gevormd in de vuurproef van twee oorlogen. Door de Eerste Wereldoorlog is mijn familie naar Amerika gevlucht. Mijn levensloop is bepaald door de Tweede Wereldoorlog. Drie doelstellingen werden de leidraad van mijn leven: te proberen oorlogsmisdadigers voor het gerecht te brengen, te zorgen voor de overlevenden, en proberen oorlogen in de toekomst te vermijden.
Meteen na mijn studie heb ik dienst genomen in het Amerikaanse leger. Na verloop van tijd landde ik op de stranden van Normandië en nam ik deel in elke grote slag. Als onderzoeker van oorlogmisdaden in het leger van Generaal Patton nam ik deel aan de bevrijding van vele Nazi concentratiekampen en was getuige van onbeschrijfelijke gruweldaden. Na de oorlog werd ik gedechargeerd als sergeant infanterie en kreeg vijf sterren omdat ik niet gedood of gewond was. Niet alle wonden zijn zichtbaar. Ik spreek nooit van een oorlog ‘winnen’; ik heb geleerd dat de enige winnaar in oorlog de dood is.
De volgende fase van mijn leven was het helpen voor het gerecht te brengen van diegenen die verantwoordelijk waren voor de agressie en wreedheden. De beroemde Neurenberg rechtzaak van het internationaal militair tribunaal werd gevolgd door nog twaalf rechtzaken. Ik werd benoemd als hoofdaanklager in de waarschijnlijk grootste moordzaak in de geschiedenis. Twee-en-twintig Nazi leiders van moordcommando’s genaamd ‘Einsatzgruppen’ werden veroordeeld voor het moedwillig vermoorden van meer dan een miljoen onschuldige mannen, vrouwen en kinderen. Ik was toen 27 jaar oud en het was mijn eerste zaak.
De slachtoffers werden gedood omdat zij niet het ras, geloof of de ideologie deelden van hun moordenaars. Ik vond het vermoorden van duizenden kinderen en al hun verwanten om zulke wrede redenen iets heel vreselijks. Dat gevoel heb ik nooit verloren. Het bestraffen van misdadigers moet nooit de noodzaak verhullen om voor hun onschuldige slachtoffers te zorgen. In 1948 werd ik directeur van schadeloosstelling programma’s om eigendommen zonder erfgenaam aan te wenden voor de berooide overlevenden. Dat leidde tot nog een aanstelling als adviseur bij de onderhandelingen over een zeer gevoelig verdrag over herstelbetalingen tussen West-Duitsland, Israël en grote Joodse liefdadigheidsinstellingen. Miljoenen Nazi slachtoffers, ongeacht hun overtuiging, zowel Joden als niet-Joden, hebben baat gehad bij de ongekende schadeloosstellingswetten waarover hier in 1952 in het geheim, in kasteel Oud-Wassenaar in Den Haag, werd onderhandeld.
Hier geldt de waardering in de eerste plaats voor de Duitse Bondskanselier, Konrad Adenauer, die als devoot katholiek verklaarde dat compensatie geboden moest worden voor de verschrikkelijke misdaden die begaan waren in de naam van het Duitse volk.
Mijn dossiers over de oorlogsmisdaden en herstelbetalingen zijn gedoneerd aan het US Holocaust Museum in Washington. Mijn boeken en lezingen zijn vrij beschikbaar op mijn website en op het internet onder een nieuw VN audio-visueel programma. Mijn Erasmusprijs gaat geheel naar vredesdoelstellingen.
Laat mij de resterende minuten besteden aan wat ik beschouw als de belangrijkste fase van mijn leven, dat is de poging om het voeren van oorlog te voorkomen. In Neurenberg kwam er een eind aan de opvatting dat oorlogsvoering een nationaal recht was. Het werd veroordeeld als de ultieme internationale misdaad. Er is nooit een oorlog geweest zonder gruweldaden. Illegale oorlogvoering is de allergrootste gruweldaad.
De beste manier om dappere jonge mensen die dienen in de legers van alle staten te beschermen is te pogen oorlog te elimineren. De VN charter verbiedt het gebruik van militair geweld, behalve onder zeer beperkte omstandigheden. Het is de hoogste tijd dat de machtige staten die de Veiligheidsraad beheersen zich hun basale wettelijke verplichtingen aan alle staten herinneren en deze respecteren. Het is glashelder gemaakt in Neurenberg en bevestigd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, dat de wet gelijkelijk van toepassing is voor iedereen. Het is heel gevaarlijk als enig persoon of enige staat de wet in eigen hand neemt. In een wereld die vergeven is van ongelooflijk destructieve mogelijkheden is geen internationaal dispuut van zo overheersend belang dat dit het illegaal gebruik van gewapend geweld zou kunnen rechtvaardigen. De wet is altijd beter dan oorlog.
Veel goedbedoelende mensen geloven dat oorlog nooit gestopt kan worden aangezien het deel zou uitmaken van een of ander eeuwig plan. Denkend vanuit de ongelooflijke gruwelen van de oorlog die ik persoonlijk heb meegemaakt, kan ik niet geloven dat de wreedheden die ik gezien heb goddelijk geïnspireerd waren. Ik deel de opvatting van Erasmus en religieuze leiders van vele geloven, die van mening zijn dat we allemaal leden zijn van één menselijke familie en moeten leren in vrede en waardigheid te leven ongeacht ras of geloof. Ik breng de woorden in herinnering van mijn hoogste militaire bevelhebber, Dwight D. Eisenhower, toen hij President werd van de Verenigde Staten: "De wereld heeft niet langer een keuze tussen geweld en de wet. Als de beschaving wil overleven moet zij kiezen voor het recht."
Het is moeilijk en kost tijd om verandering aan te brengen in de instelling van mensen met diep-gewortelde en gekoesterde idealen, waarvoor zij bereid zijn te doden en te sterven. Maar het kan wèl. In het begin ontzegde de grondwet van de Verenigde Staten vrouwen het recht te stemmen en eigendom te bezitten. Blanken vonden dat zij het recht hadden zwarten als slaaf te bezitten; niet lang geleden zou het ondenkbaar zijn geweest dat de Verenigde Staten een niet-blanke zou kiezen als president, maar let op: de wereld is veranderd!
De wereld is veranderd en verandert steeds. Nationale wetten worden gewijzigd om in overeenstemming te komen met internationale verplichtingen. Het menselijk geweten wordt geleidelijk wakker. Of agressie strafbaar is door een internationaal hof zal aan de orde komen tijdens de review conference van het Internationaal Strafhof april aanstaande. Naar mijn mening zijn wij het verschuldigd aan de toekomst en aan de nagedachtenis van allen die in oorlogen zijn omgekomen om na Neurenberg verder te gaan en niet terug. Zelfs als een klein aantal oorlogen kan worden voorkomen, afgeschrikt door de dreiging van bestraffing, dan is dat al de moeite waard.
Het koppige geloof dat de menselijke geest niet in staat is een verbeterde sociale orde te creëren is een self-defeating prophecy of doom. Die ontkent het potentieel van nieuwe technologieën. Nederland is de internationale hoofdstad van het recht geworden in de wereld. Maar het is een werk-in-uitvoering, de waarden die Erasmus inspireerden om zich uit te spreken tegen machtsmisbruik zijn ook vandaag nog nodig. Angst en haat voeden geweld; zij kunnen het best worden overwonnen met rede, verdraagzaamheid, medeleven en een bereidheid tot compromis. Deze waarden zouden overal op elk niveau onderwezen moeten worden; de verheerlijking van oorlog moet vervangen worden door de verheerlijking van vrede. 
Ik heb geprobeerd de voornaamste les van Neurenberg uit te dragen, nl. dat agressie de grootste internationale misdaad is. Ik beschouw mijzelf als een realistisch optimist. Realist omdat ik de problemen zie, optimist omdat ik vooruitgang zie. De internationale gemeenschap is in ontwikkeling en er is meer vooruitgang geboekt in de laatste halve eeuw dan in heel de menselijke geschiedenis.
Ik ben mij ervan bewust dat ik het doel van de afschaffing van alle oorlogen niet meer zal meemaken. Maar het stemt mij tot tevredenheid dat ik er misschien aan heb bijgedragen wat dichter bij dat ideaal te komen. Tegen jonge mensen zeg ik: “Nooit opgeven, doorzetten.” Heb de moed om je stem te laten horen voor wat je weet dat juist is. Je zult voldoening vinden in de wetenschap dat je je best hebt gedaan om een meer menselijke en vreedzame wereld tot stand te brengen.
Ik dank u voor de eer en het voorrecht u toe te spreken.

Antonio Cassese en Benjamin Ferencz

Antonio Cassese en Benjamin Ferencz kregen in 2009 gezamenlijk de Erasmusprijs.