Oud-prijswinnaars

Alan Davidson

2003

Het thema ‘Eetcultuur’ voor de Erasmusprijs werd gekozen om duidelijk te maken dat voedsel een ondergewaardeerd specialisme is, dat vanuit verschillende uitgangspunten - historisch, culinair, sociologisch en biologisch - bestudeerd kan worden. Het symbool van deze ontwikkeling was de laureaat Alan Davidson.

Alan Davidson, geboren in 1924, werd in dienst van het Britse Ministerie van Buitenlandse zaken uitgezonden naar verschillende posten (Den Haag, Cairo, Tunis, Brussel en Vientiane). Tijdens zijn verblijf in het buitenland begon hij met het schrijven van boeken over vis. Zijn eerste boek Mediterranean Seafood (1972) is een standaardwerk geworden, mede door de mengeling van biologie en recepten. De liefhebberij van schrijven over vis in zijn verschillende standplaatsen groeide uit tot een carrière in de voedselgeschiedenis. Hij was een erkend connaisseur van de Laotiaanse keuken. Het hoogtepunt in zijn werk is de gezaghebbende Oxford Companion to Food. De Erasmusprijs werd aan Davidson toegekend omdat hij door zijn aanstekelijk enthousiasme een groot publiek heeft bereikt en de ogen van velen heeft geopend voor de veelvormigheid van onze eetculturen en het belang van voedselgeschiedenis. Dit heeft hij ook uitgedragen in het met zijn vrouw Jane opgerichte tijdschrift Petits Propos Culinaires en in de door hem opgerichte en georganiseerde bijeenkomsten, de Oxford Symposia on Food History. Alan Davidson overleed kort na de prijsuitreiking in 2003.

Gronden van Verlening

Artikel 2 van de Statuten van de Stichting Praemium Erasmianum luidt als volgt:

Het doel van de Stichting is, binnen de context van de culturele tradities van Europa in het algemeen en het gedachtegoed van Erasmus in het bijzonder, de geestes- en maatschappijwetenschappen en de kunsten te bevorderen en de positie van deze gebieden in de maatschappij te versterken. De nadruk ligt hierbij op tolerantie, cultureel pluralisme en ondogmatisch, kritisch denken. De Stichting streeft ernaar dit doel te bereiken door het toekennen van prijzen en andere manieren; een geldprijs wordt toegekend aan een persoon of instelling onder de naam Erasmusprijs.

In overeenstemming met dit artikel heeft Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard der Nederlanden, Regent van de Stichting Praemium Erasmianum het besluit van het bestuur van de Stichting bekrachtigd om de Erasmusprijs voor het jaar 2003 toe te kennen aan Alan Davidson.

De prijs wordt toegekend aan de heer Davidson op de volgende gronden:

Door zijn persoonlijke benadering tot de studie van voedsel, heeft Davidson een breed lezerspubliek bereikt en velen de ogen geopend voor de veelvormigheid van onze eetculturen en het belang van voedselgeschiedenis.

Als auteur van uitzonderlijke boeken over vis, paart Alan Davidson wetenschappelijke grondigheid, eruditie en een aanstekelijk enthousiasme aan een heldere schrijfstijl.

Samen met zijn echtgenote Jane, heeft Alan Davidson het tijdschrift Petits Propos Culinaires opgericht, een tijdschrift dat uitgegroeid is tot een invloedrijke bron voor de studie van de geschiedenis van voedsel.

Met het initiëren, samen met Theodore Zeldin, van het Oxford Symposium on Food, heeft Davidson een internationaal forum geschapen voor zowel professionele als amateur voedselhistorici, en daarmee een sterke stimulans gegeven aan de studie van voedsel in zijn culturele context.

Zijn levenswerk is belichaamd in de gezaghebbende Oxford Companion to Food, een degelijk referentiewerk, dat voor jaren de standaard zal zijn.

Concluderend: Door zijn werk kan Alan Davidson beschouwd worden als een gangmaker in de opwaardering van voedsel als een factor van culturele betekenis.

Laudatio

Uitgesproken door dr A.H.G. Rinnooy Kan

Majesteit, Koninklijke Hoogheden, Excellentie, dames en heren,
Het is me een grote eer en een genoegen u hier toe te spreken uit naam van de regent van onze stichting, Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. Wij zijn zeer verheugd, Koninklijke Hoogheid, dat u bereid bent om ook dit jaar weer, als vanouds, de prijs uit te reiken.

Voedsel is een cultureel fenomeen van groeiend belang. Duidelijk is te zien hoe dat zich verbreidt op academisch, politiek en cultureel vlak: Het onderzoekscentrum voor de geschiedenis van voeding en drank aan de Universiteit van Adelaide in Zuid-Australië biedt on-line studieprogramma's aan die opleiden tot een Masters graad in voedsel. De Raad van Europa in Straatsburg bereidt een publicatie voor over de eetculturen van de 48 staten die deel uitmaken van de Europese Culturele Conventie. De Franse overheid zet een instituut voor wetenschappelijk onderzoek op in Reims, waar studenten zullen worden opgeleid in de kunsten van de tafel of Franse culinaire geschiedenis. Vorige week vond er een internationaal symposium plaats over voeding en emotie in Zuid-Aziatische literatuur aan de Universiteit van Londen.

Dit zijn slechts een paar voorbeelden. Ze getuigen van de grote opleving van de belangstelling voor de geschiedenis en cultuur van onze voeding de afgelopen jaren.
 
Voedsel - dames en heren - voedsel, voeding en onze eetculturen vormen het centrale thema van de Erasmusprijs dit jaar.

'We ontmoeten de wereld op ons bord. Elk ingrediënt van ons verleden en ons heden kan aan onze recepten afgelezen worden: onze identiteit, onze relatie tot andere diersoorten, onze maatschappelijke status, zelfs de positie van onze samenleving in de wereld. Voeding is een culturele indicator' (*).

Niet alleen is voedsel op zichzelf een indicator van een cultuur, ook het menselijk gedrag aan de eettafel is wel beschouwd als een indicatie van een bepaald stadium van beschaving. Ik verwijs naar het beroemde werk van Norbert Elias over het civilisatieproces, dat een grote hoeveelheid literatuur citeert over eetgedrag. Toevalligerwijs is het onze naamgever Erasmus, wiens werk waardevolle bronnen voor eetgewoonten in de vroege 16de eeuw bevat. Hoewel Erasmus een verfijnde smaak had voor eten en drinken, en hoog opgaf over een goede maaltijd met vrienden, was voedsel op zichzelf nooit het onderwerp van zijn verhandelingen. Wat we wel vinden echter, zijn educatieve instructies voor het grootbrengen van jongeren in zijn De civilitate morum puerilium, inclusief instructies over tafelmanieren.

Voeding en eetgewoonten zijn onafscheidelijk van overige cultuur: zij staan in directe relatie tot godsdienst, moraal en geneeskunde. Mensen hebben altijd betekenis willen geven aan eten. Eetgewoonten zijn ook verbonden met spirituele opvattingen over diëten die de 'ziel voeden' en met het soort seculiere idealen als gezondheid, schoonheid en fitness. Zelfs gezondheidsfetisjisten of andere hedendaagse gelovigen die eten voor schoonheid of denkkracht of sex-drive of rust of spiritualiteit, maken deel uit van het fenomeen, namelijk de drang om betekenis toe te schrijven aan eten, in dit geval door aan voeding een transcendent effect toe te kennen (*).

Het is een cliché om te benadrukken dat we zijn wat we eten. Maar de vraag wat voor voedsel welk deel van ons lichaam precies beïnvloedt, blijft interessant; zeker als we denken aan dat orgaan dat ons in evolutionaire zin zo frappant onderscheidt van de mensapen, namelijk onze relatief grote hersenen. Momenteel stellen wetenschappers uit verschillende disciplines zich de vraag welke rol voedsel en eetgedrag speelde in de evolutie van de hersenen in vroege mensachtigen. Dit komt aan de orde in een internationaal symposium dat we deze week organiseren.

'Voeding is culturele lakmoes - tenminste in dezelfde mate als taal en godsdienst. Het identificeert, en differentieert daarom noodzakelijkerwijs. Leden van culturele gemeenschappen herkennen elkaar aan wat zij eten'(*). Immigrantengemeenschappen houden vast aan hun eetculturen en zetten hun eigen markten en winkels op om hun voorkeursgerechten te kunnen kopen, een toestand die bijvoorbeeld mooi beschreven wordt door Claudia Roden in haar inleiding tot de Joodse keuken. 'Alhoewel voedselfanaten alom aanwezig zijn, en hoewel adverteerders een rage kunnen veroorzaken, is eetcultuur doorgaans behoudend. Barrières tegen het eten over culturele grenzen heen zijn al eeuwen oud en zijn diep geworteld in de individuele psychologie. Het is lastig om persoonlijke smaak te modificeren (*). Toch is er een andere zijde van die munt. Terwijl namelijk enerzijds voedselcultuur conservatief is en niet zo eenvoudig tussen culturen te communiceren, is het aan de andere kant zeer internationaal. We eten niet alleen een haute cuisine die zichzelf 'fusion' noemt en internationaal, we eten ook in een gemondialiseerde wereld waar gerechten en ingrediënten met geestdrift uitgewisseld worden van de ene kant van de wereld naar de andere (*). 'McDonaldizering' wordt weerspiegeld door wereldveroveringen die in Italië beginnen met pizza en pasta, Mexico met tacos, China met loempia's en India met kerries en pappadam. In feite 'is er geen intrigerender probleem in de voedselgeschiedenis dan de vraag hoe culturele barrières tegen de overdracht van voedsel zijn doorbroken of geslecht.'(*) Dit is overigens een thema dat aan de orde zal komen tijdens een workshop die wij vanmiddag organiseren.

Het is een open deur om te stellen dat voedsel en eetgewoonten over de gehele wereld naar elkaar toegroeien en steeds meer op elkaar gaan lijken. Coca-cola wordt al lang overal  gedronken in landen waar de culturen zo verschillend zijn als men zich maar kan indenken. Amerikaanse voedselketens, onder aanvoering van McDonald's, hebben een ongeveer net zo grote alomtegenwoordigheid bereikt. Enkele onderscheidende verschillen zijn op hun kop gezet: onder de Duitsers, die ooit buitengewoon grote hoeveelheden vlees aten, zijn nu eerder vegetariërs te vinden dan onder de Fransen. Hetzelfde geldt voor de Engelsen. Maar ook deze omkeringen zijn geworteld in de geschiedenis van elke natie. Zowel in Europa als elders zijn traditionele verschillen in eetgedrag extreem hardnekking (**).
'Ook op het gebied van koken en opdienen en tafelmanieren gaat dit verhaal op. Traditionele eetpatronen zijn niet dood en begraven. De sociale functie van samen de maaltijd gebruiken is nog belangrijk. Eetrituelen variëren enorm. Hoe eenvoudig ook, bijvoorbeeld bij een snack onder vrienden, er is altijd een beetje meer ceremonie, een beetje meer conversatie, ietsje meer sociale uitwisseling dan wat je ziet rond een zak popcorn in een Amerikaans voetbalstadion of in de woonkamer op de bank voor de televisie. Al worden consumptiepatronen in toenemende mate gelijk, er blijven belangrijke verschillen. De trend naar een meer homogeen gedrag veroorzaakt bij de mensen een reactie in die zin dat ze een sterke gehechtheid ontwikkelen aan hun eigen identiteit. Overal waar men probeert identiteiten te normaliseren en te universaliseren, is de reactie altijd sterk geweest. Dat zien we zowel in de politiek als in voedselaangelegenheden. Nationale keukens worden herontdekt en lokale tradities nieuw leven ingeblazen. Regionale keukens zijn tegenwoordig onderdeel van het nationale culturele erfgoed en mensen zijn zich daarvan waarschijnlijk nu meer bewust dan vroeger. De voedselindustrie, die verantwoordelijk is voor de mondialisering van eetgewoonten, is paradoxaal genoeg, snel erbij om deze trend te volgen. Zij verpakt datgene wat vroeger alleen geschikt werd bevonden voor de armen als de laatste mode in elegant dineren. In feite is het benadrukken van regionale verschillen en het willen behouden van culturele identiteit niet achterlijk of reactionair.  Zo'n pluriformiteit in eettradities kunnen we alleen maar koesteren. Maar laten we vooral niet vergeten dat voedseltradities niet voor eeuwig en altijd gefixeerd zijn. Zij worden geschapen, gevormd en gedefinieerd gedurende een lange periode dat culturen met elkaar in contact komen of botsen, en elkaar beïnvloeden of absorberen. Elke cultuur is 'besmet' door andere culturen. Elke traditie is een voortbrengsel van de geschiedenis, en geschiedenis is nooit statisch. Er bestaan geen louter regionale keukens die niet beïnvloed worden door producten van buiten de regio. Tegenwoordig reizen mensen en hun voedsel sneller dan ooit tevoren'(**). Dat gebeurt niet snel en efficiënt genoeg om honger en hongerdood in delen van de wereld te voorkomen. Des te meer vormt dit een uitdaging voor onze generatie om op een verantwoorde manier om te gaan met die relatie tussen verleden en heden, traditie en verandering, tussen het lokale en het globale.

Wanneer wij zulke waarnemingen citeren, gemaakt door eminente hooggeleerden in de cultuurgeschiedenis, en wanneer we de prestaties op dit gebied willen onderstrepen, dan zijn wij ons er volledig van bewust, geachte heer Davidson, dat wij voor de nieuwe waardering van de studie van voedsel en eten veel aan uw inspanningen te danken hebben. Uw boeken over vis en zeevoedsel zijn niet de gebruikelijke kookboeken met recepten en kleurenfoto's. Ze worden tegenwoordig beschouwd als klassieken van de moderne culinaire literatuur. Zij bevatten catalogi van vis en schelpdieren, recepten uit de literatuur en eigen ervaring, een massa informatie, gepresenteerd met een grondige kennis van de verschillende culturele contexten en een subtiel gevoel voor humor. Geen wonder dat deze boeken herdrukt worden en vertaald zijn in verschillende talen. Uw werk, dat begon als een viscatalogus met plaatselijke namen van vis in Noord-Afrika, en dat culmineerde in de gewichtige Oxford Companion to Food, is een grote stimulans geweest voor al diegenen die dat kleine beetje extra belangstelling koesteren voor voedsel, meer dan het gemiddelde individu dat alleen een smaak heeft voor gastronomie.

In een tijd dat op het gebied van de gastronomie over het algemeen triviale onzin op glanzend papier werd gepubliceerd, begon u in 1979, samen met uw vrouw Jane, het tijdschrift Petits Propos Culinaires. Dit was een vernieuwing en een voorbeeldig podium voor het soort van plezierige en geleerde artikelen over voedsel en eettradities dat uw kenmerk is geworden.

Dankzij uw enthousiasme werd de uitgeverij Prospect Books opgericht, aanvankelijk gesitueerd in een bezemkast onder de trap in uw huis. Indien u minder naief was geweest met betrekking tot de fondsen die voor zo'n onderneming nodig waren, dan hadden we die serie waarschijnlijk niet gehad. Gelukkig is deze droom verwezenlijkt en uitgegroeid in een lijst van meer dan 60 boektitels, waaronder herdrukken van vroege kookboeken, bibliografieën, studies van minder bekende keukens en de Proceedings van de Oxford Symposia on Food.

De Oxford Symposia on Food, waarvan u mede-organisator bent geweest, zijn een inspirerende bron geweest voor wetenschappers, publicisten en liefhebbers uit de gehele wereld. Deze bijeenkomsten hadden een breed scala aan thema's op het gebied van voeding en voedselgeschiedenis en de sociale implicaties ervan. Ze zijn begonnen als kleinschalige, informele bijeenkomsten, en hebben uiteindelijk bijgedragen aan de vorming van een waarlijk interdisciplinair netwerk van voedselonderzoekers.

Door uw persoonlijke benadering van de studie van voedsel, tegelijk ernstig en speels, bent u een bron van inspiratie geweest voor al diegenen die voedsel beschouwen als hun invalshoek op de studie van cultuur. Uw echtgenote heeft voor een groot gedeelte uw belangstelling gedeeld en heeft nauw met u samengewerkt. Ik wil daarom u, mevrouw Davidson, graag laten delen in mijn gelukwensen.

Het lijkt me gepast om mijn toespraak te eindigen met een citaat van Dan Hofstadter in de New Yorker van 1987, waarin hij met verbazing en ontzag het type voedselspecialisten als u en andere auteurs in Petits Propos Culinaires typeert als: 'Duidelijk zijn deze mensen geen zonderlingen maar welwillende fanaten, en nog innemend ook.' Aan deze toegewijdheid, zeer geachte heer Davidson, heeft u de Erasmusprijs te danken en ik feliciteer u daarmee van ganser harte.

Mag ik nu de regent, ZKH Prins Bernhard, en de heer Alan Davidson vragen naar voren te treden voor de uitreiking van de prijs.


Bronnen
*) F. Fernandez-Armesto, 2001. Food, a History.
**) J.L. Flandrin & M. Montanari, 1999. Food, a Culinary History.

Dankwoord

Majesteit, Koninklijke Hoogheden, Excellentie, bestuursleden van de Stichting Praemium Erasmianum, en zeer geacht gezelschap hier bijeen,

het zal u niet verrassen te horen dat de toekenning van de Erasmusprijs 2003 voor mij de grootst mogelijke eer betekent die bewezen kan worden ter onderscheiding van de 30 jaar die ik gewerkt heb op het gebied van de voedselgeschiedenis.

Van de drie loopbanen die ik gevolgd heb, eindigde die bij de Koninklijke Marine met een dankbrief van iemand in de admiraliteit, beleefd maar niet opwekkend. Mijn carrière als diplomaat kwam tot een einde met een andere brief, weer beleefd en complimenteus, maar minder dan opwekkend, van de afdeling personeelszaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Nu, in mijn derde loopbaan als schrijver en uitgever, heb ik het er veel beter van af gebracht. Hoewel ik een aantal belangrijke literaire prijzen heb gewonnen, is er in mijn ervaring niets dat op afstand vergelijkbaar is met de huidige onderscheiding. Ik zie deze als de best mogelijke finale van drie decennia van vlijtig maar aangenaam werk. Ik zeg 'finale', niet omdat ik voedselgeschiedenis opgeef; het zal altijd een vaste plaats hebben in mijn genegenheid en veel ruimte innemen op mijn bureau en boekenplanken. Nee, de reden is dat, naarmate ik mijn 80ste verjaardag nader, mijn eigen periode van pionierswerk en grote projecten op dit gebied tot een einde is gekomen. Vanaf volgend jaar zal het schrijfwerk dat ik doe, behalve aan revisies en aanvullingen op The Oxford Companion to Food, geconcentreerd zijn op een ander, meer frivool onderwerp, namelijk de filmheldinnen van het Hollywood van de 30er en 40er jaren.

Zodoende kon de eer die mij vandaag betoond wordt, en waarvoor ik de Stichting van harte dank, niet op een gepaster ogenblik komen. Datzelfde gaat op, als je dit eerbetoon beschouwt - zoals ik nadrukkelijk doe - als een eer aan de gehele groep van voedselhistorici, die mijn collega's zijn geweest gedurende deze 30 jaar. In het essay dat de Stichting zo vriendelijk is geweest uit te geven bij deze gelegenheid, heb ik geprobeerd uit te leggen waarom het voedselgeschiedenis tot dusver heeft ontbroken aan het soort academische en officiële erkenning die het verdient. Nu, door haar fantasierijke actie van vandaag, heeft de Stichting er alles aan gedaan om deze situatie te verbeteren en voedselgeschiedenis te bekleden met de status en het respect dat het daarvoor moest missen. Het effect zal duurzaam zijn; en de tijd was rijp, want de bloei van voedsel studies in recente decennia is zodanig geweest dat het de hoogste erkenning verdient. Het is natuurlijk niet uitsluitend de studie van voedselgeschiedenis per se die profiteert, maar al die talrijke soorten van voedselstudies waarmee zo veel verschillende mensen bezig zijn. Voedsel is, om een open deur te gebruiken, van fundamenteel belang voor alle mensen en verdient een centrale plaats in het werk van biologen, voedingsdeskundigen, antropologen, sociologen, archeologen, economen en historici, en dan tellen we daarbij nog niet eens de boeren, fruittelers, vissers en de miljarden voor wie koken een dagelijkse activiteit is. Dat deze centrale positie en deze verbindingen dikwijls over het hoofd gezien zijn, weerspiegelt een bekende menselijke neiging, namelijk door de bomen het bos niet meer zien.

Hoe passend is het dat nu een corrigerende actie wordt ondernomen onder de aegis van Erasmus, die de wereld met een brede blik bezag en met grote helderheid. Let wel, deze helderheid is een enkele keer wellicht wat overschaduwd. Veel van mijn werk gaat over vis en zeevoedsel en ik ben mij ervan bewust, door zijn colloquium 'betreffende het eten van vis', dat hij zelf niet om vis gaf en ook niet wenste dat anderen vis zouden eten. Uit de dialoog tussen een visboer en een slager - het thema van dit colloquium - komt de slager als winnaar te voorschijn. Diens retoriek is overweldigend krachtig, bijvoorbeeld wanneer hij de visboeren als volgt voor rotte vis uitmaakt: 'Als je nu alleen maar het lichaam zou schaden, dan zou het te verdragen zijn, maar aangezien sommige soorten voedsel de geest bederven, bederf je de geest zelf. Kijk maar eens naar die vis-eters: zien die er niet als vis uit, bleek, stinkend, dom en stom?'

Deze afkeuring zou ons als onverklaarbaar extreem voorkomen als we ons niet bewust waren van de context (Erasmus' oppositie tegen het vasten, de dagen waarop volgens de Rooms-Katholieke Kerk vis werd gegeten) en van de humoristische overdrijving waarmee dit colloquium vol zit. Het vormt geen echte afwijking van Erasmus' sterke geloof dat hoffelijkheid noodzakelijk is voor een effectieve discussie, een overtuiging die ik deel.
In elk geval, terwijl er zaken zijn waarop ik met Erasmus van mening verschil, wil ik toch graag denken dat er verschillende andere verbindingen tussen ons bestaan. Een daarvan is dat hij enige tijd in Nederland leefde, net als ik met mijn familie. Terugblikkend, lijken de jaren die wij in Den Haag doorbrachten een Gouden Eeuw. Een andere is dat hij een humanist was en ik er een ben. De derde is misschien niet belangrijk maar geeft me wel plezier. Een paar honderd meter van mijn huis en werkplek in Chelsea in Londen stond het huis van de Engelse theoloog Sir Thomas More, aan de oever van de rivier de Thames. De bezoeken die Erasmus hem bracht in 1499 en latere jaren waren voor beide mannen van grote betekenis. Het zou heel vreemd geweest zijn indien zij niet af en toe een pauze hadden genomen tussen hun spirituele discussies en dan een wandeling langs de Thames gemaakt hadden. Deze wandeling zou hen opmerkelijk dichtbij de plek gebracht hebben waar ik mijn dankrede zat te componeren.

Voor ik eindig, zou ik een van de goede doelen willen noemen waar ik van plan ben om een deel van het genereuze prijsgeld aan te besteden. Dit is het Sophie Coe Memorial Fund, dat een jaarlijkse prijs en andere beloningen uitgeeft voor bijzonder goede essays over voedselgeschiedenis. Dit is in 1995 opgezet om een zeer geliefd en getalenteerd voedselhistorica te gedenken. Het heeft zijn doeltreffendheid al bewezen door anderen aan te moedigen, in het bijzonder jongere onderzoekers, om hun onderzoeksresultaten op te schrijven. Mijn vrouw en ik zijn nauw betrokken geweest bij het oprichten van dat fonds en we hebben ervoor gezorgd dat het zonder kosten, door liefhebbers, geadministreerd zou worden, dus we zijn er zeer op gebrand dit verder te ondersteunen.

Ik sluit af met een algemene uitdrukking van mijn dank aan allen die mij geholpen hebben en die naast mij en met mij hebben gewerkt, daarbij inbegrepen vele mensen die hier nu aanwezig zijn, niet in de laatste plaats mijn vrouw Jane en mijn drie dochters. Ik hoop dat zij en al die anderen zullen voelen dat de prijs op hen net zo afstraalt als op mijzelf.

Biografie

De Brit Alan Davidson, die zichzelf liever als een Schot zag, werd geboren in 1924. Hij studeerde klassieke talen aan Queens College Oxford en diende tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Royal Naval Volunteer Reserve.
In 1948 trad hij in dienst bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken en werd uitgezonden naar verschillende buitenlandse posten, waaronder Washington, Den Haag, Cairo, Tunis, Brussel en Vientiane. Tijdens zijn verblijf in Tunis schreef hij, om de nieuwsgierigheid van zijn Amerikaanse vrouw Jane te bevredigen, een boekje over de locale vissoorten en andere zeevruchten. Dit werd later (1972) het Penguin boek Mediterranean Seafood en maakte dat hij de genoegens smaakte van het schrijverschap. Deze smaak was voldoende om hem over te halen om, werkzaam als Brits ambassadeur in Laos midden jaren '70, een boek te schrijven over Fish and Fish Dishes of Laos en om een begin te maken met andere boeken zoals Seafood of South-east Asia en North Atlantic Seafood. Op dat moment besloot hij de diplomatieke dienst te verlaten en full-time schrijver, en uitgever, te worden. Deze nieuwe literaire carrière, die hij in 1967 begon, duurt nog steeds voort en heeft een continu verloop gekregen door zijn nauwgezette samenstelling van de Oxford Companion to Food gedurende 21 jaar van 1978 tot 1999. Dit magnum opus inspireerde hem tot talrijke andere activiteiten gevoed door een bredere belangstelling voor voedsel en voedselgeschiedenis. In 1979 behoorden zijn vrouw en hij tot de oprichters van een excentriek tijdschrift over de geschiedenis van voedsel, PPC (Petits Propos Culinaires), dat zij hebben geleid en uitgegeven tot en met het laatste nummer van het tweede millenium.
In 1981 was Davidson mede-oprichter van het jaarlijkse Oxford Symposium on Food History, waarvan hij tot 2001 samen met Theodore Zeldin het voorzitterschap bekleedde.
Hoewel hij voornamelijk over voedsel heeft geschreven, is zijn favoriete boek een roman over de NAVO die hij rond 1970 schreef toen hij bij het NAVO hoofdkwartier werkte. Het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken verbood de uitgave. Hij liet hem echter clandestien en anoniem drukken, maar onlangs is het boek openlijk heruitgegeven.
60 jaar nadat hij betoverd werd door de heldinnen van de malle Hollywood comedies, begon Alan Davidson met een serie essays waarin hij eer wilde betuigen aan deze mooie, chique en geestige sterren uit de gouden jaren van het witte doek.
Alan Davidson overleed onverwacht op 2 december 2003.

Bibliografie
Davidson, A., Mediterranean Seafood, 1972, 1981, 1987
(Nederlandse vertaling: Mediterraan Viskookboek, 2003)
Davidson, A., Something Quite Big, (Samizdat version 1974), 1993
Davidson, A., Fish and Fish Dishes of Laos, 1975, 2002/3
Davidson, A., Seafood of South-East Asia, 1977, 1978
Davidson, A. and Jane Davidson, Dumas on Food, 1978, 1979, 1987
Davidson, A., North Atlantic Seafood, London 1979, 1980, 1986, 1989
(Nederlandse vertaling: Noord-Atlantisch Viskookboek, 2001)
Davidson, A., On Fasting and Feasting (anthology), 1988
Davidson, A. and Charlotte Knox, Seafood: A Connoisseur's Guide and Cookbook, London 1989
Davidson, A., A Kipper With My Tea: Selected Food Essays, 1989, 1999
Davidson, A. and Charlotte Knox, Seafood, London 1989
Davidson, A. and Charlotte Knox, Fruit, London 1991
Davidson, A., The Tio Pepe Guide to the Seafood of Spain & Portugal, Jerez 1992
Davidson, A., The Oxford Companion to Food, 1999 - The Penguin Companion to Food, 2002
Davidson, A. and Helen Saberi, Trifle, 2001
Davidson, A. ed., The Wilder Shores of Gastronomy, 2002

Eetcultuur, aquarel Marc Mulders

'Eetcultuur' was het thema van de Erasmusprijs 2003, het jaar dat Alan Davidson de prijs kreeg.