Oud-prijswinnaars

Abdulkarim Soroush

Abdulkarim Soroush

2004

‘Religie en Moderniteit’ was het thema voor de Erasmusprijs 2004. De keuze van drie laureaten weerspiegelt de vele verschillende wijzen waarop vraagstukken van religie en moderniteit benaderd kunnen worden. De drie islamitische denkers illustreren de verschillende wegen die begaan kunnen worden.

De drie laureaten van 2004 hebben elk op unieke wijze bijgedragen aan de discussie over de positie van godsdienst. Hun gezichtspunten zijn controversieel en invloedrijk, ook buiten de grenzen van hun land van herkomst.

Abdulkarim Soroush werd in 1945 geboren in Teheran. Na zijn studie farmacologie legde hij zich toe op wetenschapsfilosofie. Hij speelde een rol bij de protestbeweging tegen de Sjah en keerde na de revolutie terug naar Iran. Hoewel lid van de Raad voor de Culturele Revolutie stelde hij zich steeds kritischer op tegenover het bewind van Khomeiny en na 1982 weigerde hij alle overheidsfuncties. Hij doceerde islamitische mystiek aan de universiteit van Teheran en is een specialist in Rumi poëzie en filosofie. Vanwege zijn opvattingen moest hij in 1996 zijn land verlaten. Hoewel hij later kon terugkeren, verblijft hij sindsdien grotendeels in Amerika en Europa, waar hij als gasthoogleraar ‘Islam en Democratie’ en ‘Koran Studies’ onderwijst. Abdulkarim Soroush is in eigen land zowel omstreden als populair. Als gelovig moslim probeert hij inzichten van de westerse filosofie en sociale wetenschappen te combineren met een tolerante perceptie van de islam. Binnen de islamitische traditie gaat Soroush zo ver mogelijk met het verzoenen van godsdienst en democratie.

Laudatio

op 4 november 2004 uitgesproken door Dr A.H.G. Rinnooy Kan uit naam van Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden, Regent van de Stichting Praemium Erasmianum.

Majesteit, Koninklijke Hoogheden, Excellenties, dames en heren,

Volgens de statuten van de Stichting Praemium Erasmianum wordt de Erasmusprijs verleend aan individuen die een uitzonderlijke bijdrage hebben geleverd op het gebied van de humaniora, sociale wetenschappen en de kunsten. De regent van onze organisatie - ZKH Prins Bernhard van de Nederlanden - heeft de beslissing van het bestuur van de Stichting om de prijs dit jaar toe te kennen aan prof. Sadik al-Azm (Syrië), prof. Fatema Mernissi (Marokko) en prof. Abdulkarim Soroush (Iran) bekrachtigd. Zij delen de prijs als blijk van waardering voor hun bijdragen aan het maatschappelijke en academische debat over het thema Godsdienst en Moderniteit. Het is mij een genoegen om de drie laureaten hier toe te spreken, uit naam van onze Regent ZKH Prins Bernhard.

Godsdienst en Moderniteit is het thema dat gekozen is voor de Erasmusprijs 2004. In het debat wordt de vraag opgeworpen wat de positie is van godsdienst met betrekking tot moderniseringsprocesen in de samenleving. Onze laureaten dit jaar hebben elk op unieke wijze bijgedragen aan deze discussie. Hun gezichtspunten zijn controversieel en invloedrijk, ook buiten de grenzen van hun land van herkomst.

Eerst maak ik enkele algemene opmerkingen over het thema Godsdienst en Moderniteit, voordat ik mij richt tot de laureaten persoonlijk.

Godsdienst en Moderniteit enkele algemene waarnemingen

Er bestaat een wijdverbreid inzicht dat godsdiensten over de gehele wereld op dit ogenblik, tragischerwijze, zeer vaak een bron van moorddadig geweld zijn tegenover mensen van andere godsdienstige achtergrond. In tal van landen wordt godsdienstige autoriteit gebruikt als rechtvaardiging van het aanzetten tot gewelddadige, dikwijls etnische, uitbarstingen en moorddadige conflicten.

In de laatste decennia kan men bijvoorbeeld wijzen op de godsdienstige rechtvaardiging die aangeroepen wordt voor volkerenmoord in Sudan, etnische zuivering in Servië en Bosnië, op godsdienst gebaseerde burgeroorlog in India, Pakistan en Noord-Ierland, en het aanhoudende conflict tussen moslims en joden in het Midden-Oosten.

Extremisten van christelijke, joodse of islamitische achtergrond kunnen verwoesting aanrichten over de gehele wereld, allen met hun eigen God aan hun zijde. Ongeacht of de inzet olie is, woongebied, macht of water: dikwijls zoekt men legitimering van zijn gedrag in godsdienstig geloof als de ultieme bron van waarheid, en de uitdrukking van wat beschouwd wordt als iemands culturele identiteit.

Maar laten we niet de fout begaan om alleen de radicale en extremistische kanten van de verschillende godsdienstige tradities als ons referentiekader te nemen. Uit de geschiedenis wordt duidelijk dat voor vele toegewijde gelovigen, godsdienst ook een bron van inspiratie is en troost, een bron van rechtvaardigheid, sociale verantwoordelijkheid en liefde. Hoe kunnen we bereiken dat deugden als tolerantie en begrip voor de ander de overhand krijgen in onze poging om de wereld vreedzamer te maken? Hoe kunnen we bewerkstelligen dat godsdienst meer wordt ingezet als een instrument voor vreedzame sociale verandering en modernisering, dan als een ideologie die de mensheid verdeelt?

Om de relevantie en actualiteit te illustreren kon ik het niet laten om hier een citaat in te voegen van een onverwachte bron, Pervez Musharraf, President van Pakistan, gepubliceerd in juni dit jaar (Musharraf, 2004):

'Ik zeg tegen mijn moslimbroeders: de tijd voor een renaissance is gekomen. De weg vooruit gaat via de verlichting. Wij moeten ons toeleggen op de ontwikkeling van het menselijk potentieel door armoede te verlichten en door onderwijs, gezondheidszorg en sociale gerechtigheid. Als dat onze koers is, dan kan die niet worden gerealiseerd door confrontatie. Wij moeten door middel van een gematigde, verzoenende aanpak de strijd aanbinden met de wijdverbreide opvatting dat de islam een militante religie is, onverenigbaar met modernisering, democratie en secularisme.'

Ongetwijfeld zullen velen deze mening delen. Of de weg vooruit uitsluitend via de verlichting zal gaan, blijft nog de vraag.

In West-Europa leidt het publieke debat over Moderniteit tot zelf-reflectie, en de Westerse Verlichting, die algemeen beschouwd wordt als de wieg van de moderniteit, verdient het om nog eens kritisch onderzocht te worden. We zijn nog maar pas begonnen ons te realiseren dat moderniseringsprocessen misschien niet altijd de koers volgen van modellen die in het Westen zijn ontwikkeld.

Dit is dus het soort debat dat onze Stichting wil stimuleren. Ik ga door met enkele opmerkingen over de islam en de connectie met ons thema Godsdienst en Moderniteit.

Godsdienst en Moderniteit - islam

De islam maakt deel uit van Europa en haar culturele erfenis, ook al heeft die zijn grootste verspreiding in andere delen van de wereld. Er zijn vele Europeanen tegenwoordig, bijvoorbeeld Turken en Bosniërs, die om goede redenen hun identiteit zouden omschrijven als zowel Europees als moslim. Er ontwikkelt zich een nieuwe vorm van een Europese islam. Met het oog op mondiale ontwikkelingen op politiek en sociaal gebied, zijn de discussies over islam en Moderniteit zeker van groot belang voor ons. Ook Erasmus zou het hiermee eens zijn geweest.

Onze lauraten vandaag zijn eminente, onafhankelijke denkers: zij hebben kritische, goed-beargumenteerde visies op politieke en culturele ontwikkelingen in het Midden-Oosten evenals in het Westen. Zij zijn bereid hun opponenten in het openbaar debat tegemoet te treden; zij hebben de grote moed getoond hun waarden van vrijheid van meningsuiting hoog te houden. Het zijn ondogmatische denkers die hun mening openbaar geuit hebben, ondanks het feit dat zij daarmee riskeerden hun baan en veiligheid te verliezen. Door hen de Erasmusprijs van dit jaar toe te kennen, hopen wij te bewerkstelligen dat hun stem in nog bredere kring gehoord wordt.

Ik wil graag benadrukken dat deze samengevatte lofprijzingen voor hen allen niet impliceert dat alle drie de laureaten strijders zijn in dezelfde strijd. Zij maken deel uit van verschillende tradities en houden er verschillende opvattingen op na. Zij schrijven over verschillende dingen en voor een verschillend publiek. Wat zij delen is charisma, moed en optimisme, en - met ingang van vandaag - de Erasmusprijs.

********

Dat gezegd hebbend, richt ik mij nu tot de laureaten persoonlijk. Dat doe ik in alfabetische volgorde, te beginnen met professor Sadik al-Azm.

Sadik al-Azm

De 'Voltaire van de Arabische wereld', de 'ketter van Damascus' - dit zijn enkele van de etiketten die gebruikt worden als karakteristiek voor de Syrische filosoof, cultuurhistoricus en mensenrechtenactivist Sadik al-Azm. Deze benamingen geven al aan welke geesteshouding typerend is voor deze Arabische intellectueel. Reeds enige decennia geldt Sadik al-Azm, emeritus professor moderne Europese filosofie, als een van de meest prominente intellectuelen in de Arabische wereld. Vanaf het begin van zijn academische loopbaan is deze seculiere denker niet teruggeschrokken van het intellectuele en politieke debat over zaken als de rol van de Arabische wereld, inhoud en betekenis van de islam, en de verhouding tussen Arabische en christelijke cultuur. Al-Azm combineert een brede, academische geleerdheid aan de vaardigheid om duidelijk stelling te nemen in het openbare debat. Ideeën en waarden uit westerse, humanistische en verlichte tradities vormen een belangrijke bron van inspiratie voor hem. Zijn proefschrift was gewijd aan een van de belangrijkste persoonlijkheden van de Verlichting, Immanuel Kant.

Een van Al-Azm's eerste belangrijke bijdragen aan het debat over godsdienstig denken was zijn boek 'Zelf-kritiek na de nederlaag' waarin hij een scherpe analyse maakte van de factoren die hadden geleid tot de Arabische nederlaag in de oorlog van 1967 tegen Israel, zulke factoren als het onkritisch vasthouden aan tradities en godsdienstige gebruiken, een gebrek aan begrip voor de positie van het individu en een neiging tot fatalisme. Volgens sommigen heeft zijn analyse van toen aan waarde nog niet ingeboet. Zijn publicaties getuigen ervan dat de auteur kritische stellingen durft in te nemen, zonder dat hij zich iets gelegen laat liggen aan politieke en intellectuele taboos. Dit werd later ook duidelijk in de Rushdie affaire, waarin hij de auteur van De duivelsverzen verdedigde.

Interessant is dat Al-Azm islamitisch fundamentalisme vergelijkt met uitdrukkingen van fundamentalisme in het christendom. Hij beschouwt extremistisch geweld als de laatste stuiptrekkingen van een mentaliteit die zich realiseert dat zijn laatste uur geslagen heeft, eerder dan als aanzetten tot een nieuwe beweging of een nieuw tijdperk. Volgens Al-Azm zal de moderniteit dezelfde effecten hebben op islam als die had op het christendom in Europa: godsdienst zal verdreven worden uit het publieke domein en eindigen als een persoonlijke aangelegenheid. De vergelijkende benadering, waarmee hij de Europese cultuurgeschiedenis vergelijkt met die van de Arabische wereld, met een voltairiaanse ironie, met een scherpe geest, en schijnbaar zonder moeite, dat alles maakt hem tot een zeer interessant denker. Wij hopen dat meer van zijn werk in Europese talen beschikbaar zal komen.

********

Ik richt me nu tot professor Fatema Mernissi.

Fatema Mernissi

In het debat over modernisering in Islamitische samenlevingen neemt de Marokkaanse auteur en sociologe Fatema Mernissi een prominente plaats in. Zij heeft zich bijzonder ervoor ingespannen om de leefomstandigheden te bestuderen van Moslim vrouwen en hun visie op de wereld te verklaren. Zij vindt dit van belang zowel voor henzelf als voor de buitenwereld, die zij te eenzijdig doordrenkt acht van het mannelijk discours.

Door publicatie van interviews met en studies van Marokkaanse vrouwen in verschillende maatschappelijke posities - gepubliceerd in vele talen en landen - heeft zij de stem laten horen van wat zij beschouwt als de onderdrukte en gediscrimineerde helft van de bevolking. Door te schrijven in een toegankelijke, beeldende stijl, heeft Fatema Mernissi een zeer breed publiek bereikt en is een rolmodel geworden voor jongere generaties. Zij bepleit dat vrouwen een volledige rol spelen in het publieke domein. Dankzij haar grondige bekendheid met westerse culturen is zij ook in staat vergelijkingen te treffen met westerse visies op de vrouw en kritische vagen te stellen bij de westerse gevoelens van superioriteit. Mernissi benadrukt dat ook in het Westen vrouwen gemanipuleerd en geëxploiteerd worden, omdat het vrouwelijk lichaam dikwijls gebruikt wordt als gecommercialiseerd sex object.

Al in haar eerste boeken pleit zij met nadruk voor emancipatie van de vrouw. Haar boeken, die voor het grootste deel eerst zijn verschenen in het Engels of Frans, en vervolgens in vele andere vertalingen, zijn zeer wijd verspreid, in het bijzonder ook in islamitische landen. De bijzondere verdienste van Mernissi is dat zij op systematische wijze vormen van onderdrukking van moslim vrouwen heeft bestudeerd, en wel van binnenuit het instituut van de Harem, en deze resultaten ter discussie heeft gesteld. Haar etnografische beschrijvingen zijn uitzonderlijk en van de grootste waarde, aangezien de Harem die zij beschrijft niet meer bestaat in het Marokko van nu. In het midden van de negentiger jaren verbreedde Mernissi haar werk tot de invloed van satelliet en internet op de samenleving. Door een steeds groter wordend internationaal netwerk, getiteld 'Caravane civique', geeft zij stem en macht aan een brede groep van kunstenaars, activisten, intellectuelen en ongeletterden uit afgelegen streken van Marokko, met als doel het versterken van 'civil society'. Als hoogleraar sociologie in Rabat, invloedrijk docent en auteur, heeft zij veel bijgedragen aan de bewustwording van het soort spanningen die nu eenmaal gepaard gaan met modernisering. Zij is een rolmodel geworden voor de moderne Marokkaanse vrouw, die open staat voor de waarden van emancipatie en vertrouwen heeft in haar identiteit.

********

Ik richt mij nu tot onze derde laureaat, professor Abdulkarim Soroush.

Abdulkarim Soroush

Een van de bekendste hervormers in Iran is de befaamde religieuze intellectueel Abdulkarim Soroush, in eigen land zowel populair als omstreden. Hij probeert inzichten vanuit de westerse filosofie en sociale wetenschappen te combineren met een tolerante perceptie van het islamitisch geloof. Alhoewel hij soms betiteld wordt als de 'Luther van de islam', lijkt de titel 'Erasmus van de islam' een passender benaming, aangezien Erasmus besloot, anders dan Luther, om niet met de kerk te breken. Wie de toestand van na de Islamitische Revolutie in Iran van 1979 beziet, moet wel onder de indruk zijn van Soroush' weloverwogen en moedige gedachten om islam te verzoenen met moderne ideeën over mensenrechten en democratie.

Soroush is een veelzijdig geleerde op verschillende terreinen, zoals farmacologie, geschiedenis en filosofie van de wetenschap. Hij ontwikkelde een grondige kennis op het gebied van Koran interpretatie en Perzische poëzie. Zijn belangrijkste werk probeert een nieuwe interpretatie te geven van de shari'a in het licht van nieuwe inzichten op het gebied van jurisprudentie, hermeneutiek en kennissociologie. Wij hopen dat meer van zijn werk vertaald zal worden in westerse talen.

Karakteristiek voor het denken van Soroush is een visie waarin hij probeert de drie culturen van Iran met elkaar te verzoenen: de nationale traditie, die teruggaat tot tijden van voor de introductie van de islam in de achtste eeuw, het islamitische geloof, en het westerse gedachtengoed. Alle drie maken deel uit van het erfgoed van het hedendaagse Iran, volgens Soroush, die stelling neemt tegen het idee van een pure cultuur, vrij van buitenlandse invloeden. Wie volgens die argumentatie denkt, moet om te beginnen de islam verwerpen omdat die van buiten Iran kwam. In zijn visie kan niets aanspraak maken op een vanzelfsprekende toewijding, alleen omdat het tot stand kwam op eigen grondgebied, en geen van de culturen die de rijkdom van Iran uitmaken moet toegestaan worden te domineren: noch de nationalisten, die alle Arabische invloed willen uitbannen, noch zij die blind het Westen willen imiteren, noch de ongeschoolde volgelingen van de islam.

In hun confrontatie met de westerse beschaving houden vele moslims vast aan islam als een identiteit die anderen uitsluit, volgens Soroush. Soroush probeert een link te smeden tussen verschillende begrippen uit de sociale wetenschappen, die in het post-revolutionaire Iran veroordeeld waren als westerse corruptie, en zijn denken over de islam.

Dit klinkt allemaal vergelijkbaar met de programma's van hervormingsgezinde denkers binnen andere godsdiensten, waar een historische interpretatie van overgeleverde tradities met hermeneutische methoden het beginpunt betekent van een moderniseringsproces. Binnen de islamitische traditie gaat Soroush zo ver als mogelijk met het verzoenen van godsdienst en democratie: 'Het hart van een godsdienstige samenleving ligt in een vrij-gekozen geloof; het ligt niet in geweld en aanpassing.'

********

Mag ik nu de drie laureaten vragen naar voren te treden om de versierselen van de Erasmusprijs in ontvangst te nemen.

Referenties

Ceric, M., 2004. Judaism, Christianity, Islam: Hope or Fear of Our Times. pp. 43-56 in: Beyond Violence. Religious Sources of Social Transformation in Judaism, Christianity, and Islam, ed. by J.L. Heft, S.M. Fordham University Press, New York.

Goody, J., 2004. Islam in Europe. Polity, Blackwell Publishing, Oxford.

Greenberg, I., 2004. Religion as a Force for Reconciliation and Peace: A Jewish Analysis. pp. 88-112 in: Beyond Violence. Religious Sources of Social Transformation in Judaism, Christianity, and Islam, ed. by J.L. Heft, S.M. Fordham University Press, New York.

Heft, J.L., 2004. Introduction: Religious Sources for Social Transformation in Judaism, Christianity and Islam. pp. 1-14 in: Beyond Violence. Religious Sources of Social Transformation in Judaism, Christianity, and Islam, ed. by J.L. Heft, S.M. Fordham University Press, New York.

Musharraf, P., 2004. Verlichte Gematigdheid kan de wereld redden. NRC Handelsblad, 2 juni, p. 7.

Dankwoord

Het is mij een eer mijn dankbaarheid uit te spreken jegens de Erasmusprijs Stichting die mij deze onderscheiding verleende. Zoals het Arabische spreekwoord zegt: "hij die het schepsel niet dankt, zal de schepper niet danken", en daarom ben ik dankbaar ten opzichte van beiden, de God en de dienaren van God.
De Erasmusprijs Stichting gaf mij niet alleen een prijs, maar ook een eretitel, namelijk 'de Erasmus van de Islam'. Een paar jaar geleden gaf een correspondent van de Los Angeles Times mij de titel 'de Luther van de Islam'. Ik sta hier natuurlijk buiten, maar als ik moest kiezen tussen de twee dan zou ik absoluut de voorkeur geven aan 'de Erasmus'. Het humanisme, de tolerantie en, belangrijker nog, de neiging tot anti-sectarisme van Erasmus trekken mij meer dan Luther, die zonder twijfel ook een groot man was in de Europese geschiedenis.
Het is mijn vaste overtuiging dat de mensheid vandaag de dag dringend behoefte heeft aan zowel een spirituele interpretatie van de wereld als ook een spirituele emancipatie (zoals Mohammed Iqbal eens zei). Daarom probeer ik met mijn nederige inspanningen de spiritualiteit te bevrijden uit de kooi van de officiële, georganiseerde religies. Voor diegenen die spiritualiteit zoeken binnen een georganiseerde religie kan ik een meer tolerante interpretatie daarvan bieden.
Op het terrein van de politieke ethiek herinner ik mijzelf en mijn vrienden altijd aan de akelige kloof tussen rechten en plichten in de moderne samenleving. Te veel nadruk op de rechten heeft in het liberale westen geleid tot een feitelijke verwaarlozing van menselijke plichten en verantwoordelijkheden. Aan de andere kant heeft te grote concentratie op verplichtingen in het oosten de rechten praktisch onzichtbaar gemaakt. Er moet daarom een evenwicht gevonden worden tussen de twee om de 'condition humaine' weer in overeenstemming te brengen met de ideale menselijke waarden.
Met het nogmaals uitspreken van mijn dank aan de Erasmusprijs Stichting, wens ik de huidige, de voorgaande en de toekomstige laureaten een oprecht verantwoordelijk leven.
God zegene u.
Dank u.

Biografie

Abdulkarim Soroush (ps. van Hossein Dabbagh) werd in 1945 geboren in Teheran. Na een studie farmacologie, ging hij naar Engeland waar hij zich onder meer toelegde op de wetenschapsfilosofie van Popper en Kuhn. In de maanden voor de Islamitische revolutie in Iran speelde  Soroush een essentiële rol bij de bijeenkomsten van jonge moslims, tegenstanders van het regime van de Sjah, in de Londense imam-barah. Zijn eerste boek Dialectical Antagonism, een bundeling van zijn lezingen in de imam-barah, verscheen in Iran. Bij het begin van de revolutie in 1979 keerde Soroush terug naar zijn land. In de lente van 1980 werd hij benoemd in de door Khomeini ingestelde Raad voor de Culturele Revolutie. In 1982 verliet hij deze Raad voorgoed en accepteerde daarna geen enkele overheidsbenoeming meer. Hij doceerde islamitische mystiek aan de Universiteit van Teheran en elders, met name Rumi's Mathnawi. In 1990 werd hij lid van de Iraanse Academie van Wetenschappen. Soroush werd echter steeds kritischer over de politieke rol van de Iraanse clerus, en ging zijn eigen weg. Ten gevolge hiervan kreeg hij niet alleen te maken met bedreigingen en censuur, maar verloor hij zijn baan en bescherming. Hij moest in 1996 zijn land verlaten en ging naar Engeland en Canada.

In 1990 stichtte Soroush met een aantal van zijn beste vrienden een maandelijks tijdschrift Kiyan dat snel het meest zichtbare podium werd voor religieus intellectualisme. In dit tijdschrift publiceerde hij zijn meest controversiële artikelen over religieus pluralisme, hermeneutica, tolerantie, clericalisme,enz. Het tijdschrift werd tezamen met vele andere tijdschriften en kranten in 1998 verboden op last van de hoogste leider van de Islamitische Republiek. Ongeveer duizend banden van speeches over verschillende sociale, politieke, religieuze en literaire onderwerpen overal ter wereld gehouden door Soroush, hebben en ruime circulatie in Iran en elders.

Vanaf 2000 is Abdulkarim Soroush gast-hoogleraar geweest aan de Universiteit van  Harvard om Islam en Democratie, Koran Studies en Filosofie van de Islamitische wet te doceren. Ook onderzoeker aan de Universiteit van Yale, gaf hij in het voorjaar college in Islamitische Politieke Filosofie aan de Universiteit van Princeton. In het komende academisch jaar is hij gast-onderzoeker aan het Wissenschaftkolleg te Berlijn.

november 2004