Oud-prijswinnaars

A.S. Byatt

2016

Inleiding

Life writing is een breed begrip binnen de literatuur: het omvat biografieën, autobiografieën, historische romans en egodocumenten zoals dagboeken en correspondenties. Het genre staat volop in de belangstelling. Niet alleen worden biografie, autobiografie en historische roman in commercieel opzicht steeds succesvoller, ook krijgen deze binnen de journalistiek en in de wetenschap steeds meer erkenning. Verschillende elementen geven life writing meerwaarde: zowel de historische, als de maatschappelijke, journalistieke en literaire waarde.

Het thema van deze Erasmusprijs beoogt de geest van Erasmus – kritisch, ondogmatisch denken, met de nadruk op verbeeldingskracht, te vertalen naar de literatuur. Daarbij zijn verschillende criteria gehanteerd. De laureaat heeft een ruim oeuvre dat in verschillende landen vertaald is, dat grensoverschrijdend is, en waarin een Europese context zichtbaar is. Een oeuvre dat zowel wetenschappelijke, historische, als literaire waarde in zich draagt. De laureaat heeft op uiteenlopende wijzen bijgedragen aan het ontwikkelen van het genre. Daarnaast heeft de auteur ook stilistisch en inhoudelijk een bijdrage geleverd aan het genre. Niet alleen is de laureaat een uitmuntend auteur, maar ook iemand die op het genre Life Writing reflecteert. In A.S. Byatt vond de adviescommissie een “geboren verhalenverteller met een scherp oog voor maatschappelijke verhoudingen”.

Gronden van Verlening

Artikel 2 van de statuten van de Stichting Praemium Erasmianum luidt als volgt:
‘In het kader van de culturele tradities van Europa in het algemeen en het gedachtegoed van Erasmus in het bijzonder, heeft de Stichting tot doel de positie van de geesteswetenschappen, de sociale wetenschappen en de kunsten te versterken. De nadruk ligt op tolerantie, culturele diversiteit en niet-dogmatisch, kritisch denken. Dit doel tracht de Stichting te bereiken door het toekennen van prijzen en door andere middelen. Een geldprijs wordt uitgereikt onder de naam “Erasmusprijs”.’
In overeenstemming met dit artikel heeft het bestuur van de Stichting besloten de Erasmusprijs 2016 toe te kennen aan de Britse auteur Dame Antonia Susan Byatt.

De prijs wordt toegekend aan A.S. Byatt om de volgende redenen:

- Haar werk overschrijdt grenzen in stijl en inhoud. Het bestrijkt een enorm scala aan genres, literaire vormen en onderwerpen. De auteur dompelt de lezer onder in de geschiedenis van de Europese gedachte en neemt de grote vragen over wetenschap, geschiedenis en identiteit als uitgangspunt.

- In haar brede oeuvre paart ze een grote intellectuele kracht aan een ongebreidelde verbeeldingskracht.

- Centraal in haar werk staat het heruitvinden van ‘oude verhalen in nieuwe vormen’. In haar visie op mythen en sprookjes geeft ze een blijvende reflectie op de Europese ideeëngeschiedenis in verhalende vorm.

- Tot haar steeds terugkerende thema’s behoren de invloed van de kunst op het leven, magie, realisme en het conflict tussen ambitie en familie.

- De jury beschrijft A.S. Byatt als een geboren verteller met een scherp oog voor verhoudingen in het publieke en persoonlijke domein.

- In veel van haar romans en haar kritische oeuvre verkent ze het biografische schrijven en het verrichten van onderzoek. Daarbij heeft A.S. Byatt het genre ‘life writing’ op haar eigen unieke manier een nieuwe vorm gegeven.

Laudatio

Majesteiten, Koninklijke Hoogheid, Excellenties, dames en heren,

De Erasmusprijs werd ingesteld in een tijd van groot optimisme over een nieuw Europa. Wat is er vandaag nog over van die visie op Europa? Waar kunnen we een gedeeld verleden vinden om onze toekomst op te bouwen en ons te inspireren? Onze laureaat van vandaag is een prominent deelnemer aan dat debat. Niet als politicus of activist, maar als auteur die in haar werk het leven van de geest met passie cultiveert. Ze schrijft, vertelt, brengt ons verhalen over Europese levens en Europese ideeën, ze laat ons zien hoe die voortleven.

Dame Antonia Susan Byatt heeft eens beschreven hoe ze Europeaan is geworden: door de literatuur. Als kind had ze astma en moest ze vaak het bed houden. Ze las dus gulzig. In haar opleiding stond een breed literair palet centraal en al op jonge leeftijd beschikte ze over een conceptuele wereld die de Ilias en de Odyssee, de Arthurlegenden en de Noorse en IJslandse sagen omvatte. Ze las Cicero en Livius naast Kleist, Virgilius en Racine naast Thomas Mann. Op de universiteit bestudeerde ze niet alleen verschillende talen, maar ook de literatuur van die talen. Tijdens een langdurig verblijf in de Verenigde Staten dompelde ze zich onder in de Amerikaanse literatuur om te onderzoeken wat het precies betekent om Amerikaan te zijn en welke invloed die identiteit op iemands schrijven heeft. In die periode werd ze zich voor het eerst bewust van haar Europees-zijn. Ze was gefascineerd door de Amerikaanse literatuur, maar de auteurs die ze bestudeerde, werden nooit deel van haar eigen literaire bewustzijn, zoals Balzac, Racine en Thomas Mann. Haar persoonlijke mythen waren Scandinavisch, Germaans, Europees, en heetten Ragnarök, Faust en À la recherche du temps perdu. Prousts gedachten over artistieke bewustwording en levenservaring hebben mede de weg vrijgemaakt voor datgene wat we nu ‘Life Writing’ noemen.

Want ‘Life Writing’, dames en heren, is dit jaar het thema van de Erasmusprijs. Een relatief nieuwe term om een literair genre aan te duiden dat de autobiografie, de biografie, het zogeheten ‘egodocument’ en de historische roman omvat. Zowel het publiek als de academische wereld beschouwt ‘Life Writing’ als een middel om op het eigen leven te reflecteren door het verkrijgen van inzicht in het leven van anderen, een middel om het complexe proces van identiteitsvorming te bestuderen. Onze laureaat, A.S. Byatt, staat in de kern van dit genre. In haar veelzijdige en zeer diverse oeuvre, dat uit tientallen romans, korte verhalen, kritische essays en non-fictie bestaat, is de reflectie op biografie en portretkunst nooit ver weg.

Zoeken, onderzoeken en documenten uit het verleden doorspitten – dat is de academische queeste van de twee hoofdpersonen in haar beroemdste, geliefde roman Obsessie uit 1990. De onderzoekers, leergierig en geobsedeerd door hun onderwerp, net als Byatt zelf, raken verstrikt in een web van mysteries, omhuld door prachtige pastiches van diverse genres en literair vuurwerk. Schijnbaar moeiteloos rijgt de auteur dagboekaantekeningen, twintigste-eeuwse dialogen en negentiende-eeuwse poëzie aaneen. De lezers waren verbijsterd toen ze vernamen dat de Victoriaanse poëzie die hen in dit romantische verhaal zo betoverde, van begin tot eind door Byatt zelf was geschreven. Zelden heeft een roman zo fraai geïllustreerd hoe werkelijkheid en literatuur met elkaar verweven kunnen raken, hoe dun de spiegelwand tussen realiteit en verbeelding kan zijn.

‘Of je een roman nu leest of schrijft,’ zei ze eens tegen me in een interview, ‘in beide gevallen probeer je iets of iemand fundamenteel te begrijpen.’ Haar roman De biograaf, over de complexe relatie tussen de biograaf en het object van zijn of haar studie, werd doelbewust geschreven als antwoord op Obsessie, als tegenstem. In deze verkenning van de voetangels en klemmen van het werk van de biograaf, is het slimme ‘Droste-effect’ of de mise en abyme die Byatt zo meesterlijk schetst, een middel tot een ​​doel, waaruit blijkt hoe vol valkuilen en complexiteiten het werk van de biograaf is; het eindresultaat vertelt veel over de biograaf zelf en weinig over de geportretteerde. Obsessie en De biograaf zijn in gesprek en in tegenspraak met elkaar, maar brengen uiteindelijk dezelfde boodschap over, zoals Byatt zelf verklaart. ‘Het is onmogelijk “de ander” echt te kennen, misschien vooral juist als die het voorwerp van je bewondering en genegenheid is.’

Deze romans verkennen de relatie tussen biografie en identiteit, maar een groot deel van haar werk gaat over de vraag hoe het leven vorm te geven door middel van kunst. In Pauw en Wijnrank, haar recentste essay, brengt ze twee kunstenaars bijeen, William Morris en Mariano Fortuny, die hun ontwerpen op dezelfde manier tot stand brengen als zij haar boeken. Zo kan dit boek worden beschouwd als een zelfportret in vermomming. Wat fascineert Byatt hier? Werk, onderzoek, passie. ‘Het leven is verandering en nieuwsgierigheid,’ merkte ze ooit op. Pauw en Wijnrank is een ode aan onderzoek, creativiteit en scheppingskracht – in feite de kern van het oeuvre van Byatt.

Geïntrigeerd als ze is door portretten en verhalen, laat A.S. Byatt ook bijzonder welsprekend zien dat een mensenleven misschien alleen in fictie te vangen is. In hun artistieke expressie vinden Byatts protagonisten hun grootste kans op geluk en men moet haast wel veronderstellen dat hetzelfde geldt voor de schepper van deze verhalen.

Net als haar personages wijdt A.S. Byatt zich aan haar kunst. Voor haar staat haar schrijverschap op de eerste plaats en alles wat ze doet dient dat ene doel. Ze heeft ook een academische carrière, al heeft ze zichzelf nooit als een echte academicus beschouwd. Hetzelfde geldt voor haar kritische essays: ‘Ik zie mijn kritieken als “schrijverskritiek”,’ heeft ze eens gezegd.

Maar wie denkt dat haar intellectuele kracht in traditionele zin een scherp oog voor de hedendaagse cultuur en taal in de weg staat, vergist zich deerlijk. Iedereen die haar ontmoet is onder de indruk van haar waardigheid, haar scherpe geest, haar wetenschappelijke belangstelling en haar eruditie. Om nog maar te zwijgen van haar geestigheid. Toen haar onlangs werd gevraagd of het Facebook- en Twitteridioom van bijvoorbeeld haar eigen kleinkinderen haar vreemd was en of het haar stoorde dat de moderne taal voortdurend in beweging is, antwoordde ze: ‘Ik luister er graag naar... Maar je moet ze natuurlijk nooit laten merken dat je hebt zitten luisteren. Je moet de rol van de grootmoeder spelen. Je moet plezier beleven aan wat je ziet, want dat is wat er is.’

Dame Antonia, met uw fundamentele artistieke nieuwsgierigheid en uw open, kritische houding belichaamt u op voorbeeldige wijze de waarden van Erasmus die deze Stichting zo innig koestert.

Dankwoord A.S. Byatt

Majesteiten, Koninklijke Hoogheid, Excellenties, geachte leden van de Stichting Praemium Erasmianum, vrienden en familie,

Het is moeilijk – zelfs vrijwel onmogelijk – te zeggen hoe verrast en blij ik was toen ik geheel onverwacht te horen kreeg dat ik de Erasmusprijs had gewonnen. Erasmus is natuurlijk een van mijn helden – een Europeaan, een groot schrijver, een groot humanist en een groot geleerde. De Erasmusprijs is geen prijs voor fictie of voor literatuur, maar voor bijdragen aan de cultuur, de maatschappij en het denken daarover. Toen ik naar de eerdere winnaars keek, trof ik onder hen veel van mijn helden aan, die mijn manier van denken en werken diepgaand hebben veranderd. De grote schilders Marc Chagall, Oskar Kokoschka, Sigmar Polke, de denkers Claude Lévi-Strauss, Claudio Magris, Ernst Gombrich, Simon Schaffer, Gabriel Marcel en Isaiah Berlin. Ik moet zeggen dat er weinig vrouwen bij waren, maar een van hen is de in België geboren schrijfster Marguerite Yourcenar en het is een eer me in haar gezelschap te mogen bevinden. Dit zijn maar enkele van de indrukwekkende namen op de lijst. Het is een schok – maar wel een schitterende schok – te bedenken dat ik van lezer, leerling en bewonderaar in zekere zin tot metgezel ben bevorderd. Een van de mooiste gebeurtenissen in mijn leven.

Omdat dit geen literaire prijs is, leek het me goed hier in te gaan op de kunst van het schrijven van fictie. Verhalen zijn voor de meeste mensen een deel van het leven, bijna vanaf het eerste moment dat ze in staat zijn taal te begrijpen. Familieverhalen, sprookjes, verhalen uit de geschiedenis, nieuws en roddels zijn een integraal onderdeel van het menselijk bestaan. Toen ik literatuur doceerde aan het University College van de London University had ik het geluk te worden uitgenodigd in de Senior Common Room Bar met de kunstenaars van de Slade School of Art. Ik begon na te denken over het feit dat zij met tastbare materialen werken – klei, steen, verf, film – terwijl mijn werkmateriaal de taal is die we in ons dagelijks leven gebruiken. Hier in Amsterdam had ik het genoegen met Edmund de Waal te spreken over de manier waarop hij – al heel vroeg in zijn leven – ontdekte dat klei zijn materiaal was. Waarom hebben sommige mensen de behoefte kunst te maken? Hoe kiezen we het materiaal waarmee we werken? Welk effect heeft de transformatie van het alledaagse tot kunst op ons als schrijvers en lezers?

Ik herinner me – en ik weet zeker dat de meesten van ons zich dat moment herinneren – de eerste keer dat me opviel dat het geschreven woord een vorm had die moet worden begrepen, waarover moet worden nagedacht. Velen van mijn generatie Britse kinderen zijn opgegroeid met de schoolleesboeken van The Radiant Way, waarin de onvergetelijke reeks woorden stond: Pat can sing. Pat sing to Mother. Sing to Mother Pat. Mother sing to Pat. Enzovoort. We ontdekten de ‘th’, de ‘ng’, die geen deel uitmaken van de gesproken tekst die we al eerder hadden geleerd. We ontdekken hoe het geschreven woord zich verhoudt tot het gesproken woord. Ik denk dat sommige schrijvers schrijver zijn geworden omdat ze verhalen, personages, andere werelden nodig hadden. Maar er zijn ook mensen – ik ben geleidelijk tot het inzicht gekomen dat ik daar ook toe behoor – die over woorden denken zoals schilders over verf. (De meeste schrijvers hebben natuurlijk iets van allebei.) Toch houden woorden hun dubbelheid – het dagelijks gebruik, hun alledaagsheid en hun functie in de poëzie en in andere kunstvormen.

Het is interessant te lezen wat schrijvers hebben geschreven over het onvermogen tot schrijven. Een van de meest opzienbarende en fantasierijke beschrijvingen daarvan vinden we in een tekst van Hugo von Hofmannsthal, Brief des Lord Chandos an Francis Bacon uit 1902. Daarin schrijft de denkbeeldige Lord Chandos aan zijn vriend Francis Bacon dat hij niet meer in staat is abstracte ideeën in geschreven taal te formuleren. Hij kan de ideeën in een traktaat dat hij op drieëntwintigjarige leeftijd heeft geschreven niet meer bevatten ‘als een vertrouwd beeld dat bestaat uit aangesloten woorden, ik begrijp het alleen nog woord voor woord...’ Toch kan hij wel beschrijven hoe hij opdracht had gegeven in de melkkelder van een van zijn boerderijen rattengif te strooien. Hij is in staat de ‘sterke zoete geur’ van het gif te beschrijven en het geschreeuw en de doodsstrijd van de ratten, terwijl zijn vermogen tot generaliseren verloren is gegaan – dat woord gebruikt hij overigens niet en hij beschrijft het ook niet op die manier. Het is een bijzonder essay, dat de lezer aanzet tot nadenken over de relatie tussen taal en de wereld der dingen.

Sir Ernst Gombrich benadert in zijn essay Image and World in Twentieth-Century Art de kloof tussen woorden en dingen vanuit een andere invalshoek. Hij schrijft over schilderijen en beeldhouwwerken waarin de kunstenaar bewust afstand creëert tussen woorden en dingen – zoals Magritte in La clef des Songes, waar hij een handtas voorziet van het bijschrift le ciel, een blad la table noemt en een zakmes l’oiseau, om ons vervolgens, zoals Gombrich schrijft, lachend weg te sturen door een spons gewoon als een spons te betitelen. We kunnen zonder taal denken en dat doen we ook – in eenvoudige of krachtige beelden of in gevoelens en hartstochten – maar het normale functioneren van ons bewustzijn is talig en we vertalen hartstocht bijna automatisch in woorden.

Wat gebeurt er in ons hoofd als we nadenken over het gebruik van de taal? Als we de taal gebruiken om te schrijven? Ik merk dat ik steeds meer de neiging heb evenveel aandacht te besteden aan de taal die ik gebruik als aan datgene wat ik wil zeggen of beschrijven – in een andere context had Iris Murdoch het over de ruimte tussen het kijken door een raam – naar de hemel en het licht – en tegelijkertijd het kijken naar dat raam zelf: glas, stof, kozijn. Bij het schrijven schakel ik tussen de verbeelde wereld – nieuwsgierigheid, geuren en geluiden, ruimte – en de vorm van de woorden. Als kind las ik, net als veel andere Britse kinderen van mijn generatie, Beatrix Potter, nadat haar verhalen me eerst waren voorgelezen. Verhalen vol leven – de eend die een plekje zoekt om haar eieren te leggen, de das die snurkt en doet alsof hij slaapt, het hondje dat onbedoeld een muizenvleespastei eet. Mijn agent Sam Edenborough houdt niet van die verhalen en misschien zijn ze wel gedateerd. Toen ik Potter op Google opzocht, stuitte ik enigszins tot mijn verbijstering op een reeks brieven waarin men haar wreedheid en naargeestigheid verweet; als kind en later als ouder vond ik haar nuchtere gevoel voor de dingen zoals ze zijn – pijn, moeite, angst, maar ook tevredenheid – juist spannend en bevredigend. Ik was kind in de oorlog, in een wereld van gevaar en dood, maar Potters verhalen onthulden wreedheid en angst in de context van een verhaal. Een van de heerlijke dingen bij het lezen van Potter – en van het luisteren naar haar verhalen als die me werden voorgelezen – was de ontdekking van onverwachte, onbekende woorden. Mijn favoriet was en is ‘soporific’ (slaapverwekkend) in The Tale of the Flopsy Bunnies (Pieter Konijn en de Wollepluisjes) – waarin de auteur de lezer meedeelt dat sla slaapverwekkend is. Iedereen die schrijver wil worden, zal opgewonden raken van het contrast tussen woorden als soporific en flopsy (wollepluisje). Er stonden zinnen in als ‘Mr Drake Puddleduck advanced in a slow sideways manner and picked up the various articles’ (‘De heer Jeremias Hengelaar schreed met trage zijwaartse tred voort en raapte de verscheidene artikelen op’) en ‘ “I am affronted,” said Mrs Tabitha Twitchett’ (‘Wat een affront,’ zei mevrouw Tabitha Twitchett). ‘Affront’ is een prachtig woord om te leren. Ik geloof dat de verschuiving in mijn kinderlijke aandacht van het verhaal naar de taal een begin kan zijn geweest van mijn behoefte om schrijver te worden. Al is het ook mogelijk dat ik mezelf dat achteraf wijsmaak.

Zoals ik al heb gesuggereerd gaan schrijvers misschien maar langzaam en geleidelijk nadenken over het medium waarin ze werken. Woorden en taal zijn het medium van onze dagelijkse communicatie. Misschien is het wel goed dat ik me maar geleidelijk bewust werd van het moeilijke én het heerlijke van de kloof tussen woorden en dingen, het schakelen – als lezer en als schrijver – tussen denken over dingen en denken over woorden en dingen, en het plezier dat we aan die kloof kunnen ontlenen.

Ik wil graag besluiten met Shakespeare. Hij was dichter en een groot deel van datgene wat moderne toneelschrijvers alleen met bewegingen en gezichtsuitdrukkingen overbrengen, deed hij met woorden, als een episch dichter. (Daarom doet het me ook verdriet als moderne acteurs zijn woorden inslikken vanwege het dramatische effect.)

In de onvergetelijke scène in Macbeth waarin Macbeth en zijn vrouw elkaar spreken na de moord op Duncan is het grootste deel van wat ze tegen elkaar zeggen praktisch en verschrikkelijk. Ze hebben bloed aan hun handen en er wordt op de poort geklopt. Lady Macbeth zegt tegen Macbeth: ‘Ga, schiet uw nachtkleed aan’, zodat het eruitziet alsof hij net uit bed komt. Macbeth mijmert over moord en spreekt een van de grote metaforen uit die de Engelse taal rijk is, hij roept de oceaan op in de met bloed besmeurde slaapkamer.
        

         “Will all great Neptune’s ocean wash this blood
         Clean from my hand? No, this my hand will rather
         The multitudinous seas incarnadine
         Making the green one red.”

(Kan heel Neptunus’ oceaan mijn hand
Schoon wasschen van dit bloed? Neen, eerder kleurt
Die hand de onmeetb’re zeeën alle purper,
En maakt haar groen één rood.
Vertaling L.A.J. Burgersdijk)

Hier zien we een van de verrukkingen en schoonheden van de Engelse taal – het contrast tussen Latijnse en Engelse woorden. Multitudinous en incarnadine zijn puur Latijn en ik stel me voor dat Shakespeares theaterpubliek en lezers bijna allemaal eerder een sensueel genot voelden bij die klank en dat ritme, dan dat ze er iets bij voor zich zagen. The green one red is Angelsaksisch en doet een beroep op het visuele voorstellingsvermogen in ons hoofd. We ‘zien’ groen en rood, al is dat voor iedereen verschillend, levendiger of juist minder levendig, maar voor iedereen geïntensiveerd door het voorafgaande multitudinous en incarnadine. We horen de muziek van die verschrikkelijke woorden.

Tot slot wil ik graag de koninklijke familie, de leden van de Stichting Praemium Erasmianum en de jury danken voor de grote eer van de toekenning van deze prijs. Met genoegen dank ik ook mijn uitgevers, agenten, vrienden en familie die op deze bijzondere dag hier aanwezig zijn.

De Erasmusprijs is een prijs voor ‘life-writing’ – een nieuw, intrigerend woord voor een categorie boeken en literatuur. Zoals ik heb getracht uiteen te zetten zijn leven en schrijven nauw verweven en toch altijd van elkaar te onderscheiden. Hier komen ze samen – en dankzij uw generositeit zijn mijn leven en mijn schrijven ook samengekomen, tot mijn grote vreugde. Dank u wel.
 

(Vertaling dankwoord Gerda Baardman)

(Noot van de vertaler: omdat het register in de Nederlandse vertalingen van het werk van Beatrix Potter niet helemaal overeenkomt met dat van de originele verhalen heb ik de hier geciteerde fragmenten zelf vertaald en niet overgenomen uit de bestaande Nederlandse teksten.)

Biografie A.S. Byatt

Dame Antonia Susan Byatt (1936) heeft een veelomvattend oeuvre. Zij schreef tientallen (historische) romans, biografieën, korte verhalen en kritische essays. Zij werd beroemd met haar roman ‘Possession’, waarin zij beschrijft hoe de levenslijnen van twee jonge wetenschappers ineenvloeien met die van de (fictieve) negentiende-eeuwse dichters waarnaar zij onderzoek doen. In haar oeuvre koppelt Byatt grote eruditie aan een bijzondere verbeeldingskracht. Haar werk wordt beïnvloed door o.a. het werk van Marcel Proust en George Eliot. Het schrijven zelf beschrijft ze als een “levensader”. Voor haar is het schrijven “een eerste levensbehoefte, net als ademen”.

Byatt koestert een grote voorliefde voor de beeldende kunst. De wijze waarop kunstenaars het leven beleven via hun kunstuitingen, is een thema dat een grote plaats inneemt in veel van haar werken. Zij richt zich op het proces van het scheppen zelf, dat haar enorm fascineert. Byatt gebruikt uiteenlopende genres, literaire vormen en onderwerpen. Zij dompelt de lezer onder in de geschiedenis van het Europese denken. Daarbij neemt zij de grote vragen over wetenschap, historie en identiteit als uitgangspunt.

Haar belangrijkste thema’s zijn: de invloed van kunst op het leven, magie en werkelijkheid, en het conflict tussen ambitie en gezin. Haar oeuvre wordt bevolkt door kunstenaars en wetenschappers, maar ook door sprookjes en mythen. Veel van haar romans, zoals ‘The Biographer’s Tale’ of ‘Possession’, gaan over het schrijven van een biografie of over het doen van onderzoek. Zo heeft zij het genre van Life Writing op eigenzinnige wijze opnieuw vormgegeven. Tot haar bekendste werken behoren ‘Possession’; korteverhalenbundels als ‘Sugar and other Stories’; en de roman ‘The Children’s Book’. Haar meest recente werk (2016) ‘Peacock and Vine’, gaat over het werk en leven van de beeldend kunstenaars William Morris in Londen en Mariano Fortuny in Venetië.

Eerder kreeg A.S. Byatt verschillende eredoctoraten, waaronder van de Universiteit Leiden (2010). Wereldwijd ontving zij literaire prijzen, zoals de Booker Prize in 1990 voor ‘Possession’. In eigen land ontving zij in 1999 de Koninklijke onderscheiding Dame Commander of the Order of the British Empire en in Frankrijk werd haar in 2003 de orde Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres opgespeld.

Erasmusprijs 2016 toegekend aan A.S. Byatt

De Erasmusprijs 2016 is toegekend aan de Britse schrijfster A.S. Byatt.

Erasmusprijs 2016 toegekend aan A.S. Byatt

De Erasmusprijs 2016 is toegekend aan de Britse schrijfster A.S. Byatt.

Erasmusprijs 2016 toegekend aan A.S. Byatt

De Erasmusprijs 2016 is toegekend aan de Britse schrijfster A.S. Byatt.

Erasmusprijs 2016 toegekend aan A.S. Byatt

De Erasmusprijs 2016 is toegekend aan de Britse schrijfster A.S. Byatt.

Erasmusprijs 2016 toegekend aan A.S. Byatt

De Erasmusprijs 2016 is toegekend aan de Britse schrijfster A.S. Byatt.

Schrijfwedstrijd ZesZinnenZelfportret

Dit jaar organiseert de Erasmusprijs Stichting de schrijfwedstrijd 'ZesZinnenZelfportret' i.s.m. Schrijven Online.

Erasmusprijs 2016 toegekend aan A.S. Byatt

De Erasmusprijs 2016 is toegekend aan de Britse schrijfster A.S. Byatt.

Erasmusprijs 2016 toegekend aan A.S. Byatt

De Erasmusprijs 2016 is toegekend aan de Britse schrijfster A.S. Byatt.

Erasmusprijs 2016 toegekend aan A.S. Byatt

De Erasmusprijs 2016 is toegekend aan de Britse schrijfster A.S. Byatt.

Erasmusprijs 2016 toegekend aan A.S. Byatt

De Erasmusprijs 2016 is toegekend aan de Britse schrijfster A.S. Byatt.

Uitreiking van de Erasmusprijs 2016 aan A.S. Byatt

Uitreiking van de Erasmusprijs 2016 aan A.S. Byatt

Uitreiking van de Erasmusprijs 2016 aan A.S. Byatt

Uitreiking van de Erasmusprijs 2016 aan A.S. Byatt

Uitreiking van de Erasmusprijs 2016 aan A.S. Byatt

Uitreiking van de Erasmusprijs 2016 aan A.S. Byatt

Uitreiking van de Erasmusprijs 2016 aan A.S. Byatt

Uitreiking van de Erasmusprijs 2016 aan A.S. Byatt