Oud-prijswinnaars

Adam Michnik

2001

De uitbreiding van de Europese Unie inspireerde de Stichting tot de keuze van het thema ‘Culturele Breuklijnen’. Hiermee werd gedoeld op de confrontatie die ontstaat wanneer grenzen, juist ook culturele, verschuiven. Bekroond werden Claudio Magris en Adam Michnik. Het werk van beide laureaten is sterk verbonden met de roerige geschiedenis van Midden-Europa. Beiden laten zien hoe ons besef van identiteit en waarneming beïnvloed kan worden door verandering van het politieke systeem of verschuiving van geografische grenzen.

Het overkoepelende thema ‘Culturele Breuklijnen’ was op een andere manier, maar evenzeer van toepassing op de andere laureaat in 2001, Adam Michnik. Adam Michnik heeft, net als Claudio Magris, gebruik gemaakt van het essay voor zijn bijdrage aan een democratische samenleving, gebaseerd op waarden als tolerantie en het accepteren van verschillen. In hun werk hebben beide laureaten de dilemma’s beschreven van het nemen van persoonlijke verantwoordelijkheid in tijden van onderdrukking en vreemde overheersing.

Geboren in 1946 in Warschau sloot Michnik zich al jong aan bij een verboden non-conformistische groepering en behoorde hij vanaf die tijd tot de critici van het communistische bewind. Na zijn studie geschiedenis raakte hij betrokken bij het Comité voor de Verdediging van Arbeiders, de ‘vliegende universiteiten’ en de vrije vakbond ‘Solidariteit’. Zes jaar bracht Michnik door in gevangenissen. In zijn essays verkent hij de ruimte tussen heroïek en verraad, activisme en collaboratie en laat hij zien hoe hij zich de kunst van het compromis en tolerantie heeft eigen gemaakt. Hij geeft daarmee een voorbeeld voor soortgelijke niet-gewelddadige omwentelingen. Na de ommekeer in 1989 werd hij lid van het Parlement. Sinds 1989 is hij hoofdredacteur van de door hemzelf opgerichte krant Gazeta Wyborcza, een van de invloedrijkste kranten van Polen.

Gronden van Verlening

Erasmusprijs 2001 - Claudio Magris en Adam Michnik

Artikel 2 van de Statuten van de Stichting Praemium Erasmianum luidt als volgt:

Het doel van de Stichting is, binnen de context van de culturele tradities van Europa in het algemeen en het gedachtegoed van Erasmus in het bijzonder, de geestes- en maartschappijwetenschappen en de kunsten te bevorderen en de positie van deze gebieden in de maatschappij te versterken. De nadruk ligt hierbij op tolerantie, cultureel pluralisme en ondogmatisch, kritisch denken. De Stichting streeft ernaar dit doel te bereiken door het toekennen van prijzen en andere manieren; een geldprijs wordt toegekend aan een persoon of instelling onder de naam Erasmusprijs.

In overeenstemming met dit artikel heeft Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard der Nederlanden, Regent van de Stichting Praemium Erasmianum het besluit van het bestuur van de Stichting bekrachtigd om de Erasmusprijs voor het jaar 2001 toe te kennen aan Claudio Magris en Adam Michnik.

De prijs wordt toegekend aan de heer Magris en aan de heer Michnik gezamenlijk op de volgende gronden:

  • Zowel de heer Magris als de heer Michnik hebben door hun handelen en met hun geschriften een bijdrage geleverd aan een democratische samenleving, gebaseerd op waarden zoals tolerantie en het accepteren van verschillen.
  • In de schriftelijke uitdrukking van hun gedachtegoed hebben beide schrijvers optimaal gebruik gemaakt van het genre van het essay, waarbij zij afwisselend gebruikmaken van persoonlijke ervaring, brede reflectie en gedetailleerde beschrijving.
  • In hun werk hebben de laureaten op indringende wijze de dilemma's beschreven van het nemen van persoonlijke verantwoordelijkheid in tijden van onderdrukking en vreemde overheersing.
  • Beiden hebben aangetoond hoe ons besef van identiteit en waarneming van de waarheid beïnvloed kan worden door een verandering in het politieke systeem of door verschuiving van geografische grenzen.
  • Zij laten zien dat de geschiedenis en cultuur van Centraal Europa een zaak is die allen aangaat die geïnteresseerd zijn in Europese verscheidenheid en Europese integratie.
  • In zijn essays presenteert Claudio Magris intieme micro-beschrijvingen van plaatsen en personen, met een impliciete boodschap die ons waarschuwt de geschiedenis van het heden niet te vergeten.
  • In een rijke en elegante schrijfstijl toont Claudio Magris het effect aan van grenzen en scheidslijnen op onze beleving van de wereld, waarbij hij ons dwingt de wereld vanuit verschillende standpunten te bezien.
  • Adam Michnik verkent in zijn essays de ruimte tussen heroïek en verraad, tussen activisme en collaboratie en laat zien hoe hij zich de kunst van het compromis en tolerantie eigen heeft gemaakt.
  • Door zijn oorspronkelijke en vasthoudende opstelling heeft Adam Michnik sterk bijgedragen aan de opbouw van een democratische en pluralistische samenleving in een land waar geen stevige democratische traditie is; daarmee heeft hij een voorbeeld gesteld voor soortgelijke niet-geweldadige omwentelingen in andere landen.
  • De Erasmusprijs is toegekend aan Claudio Magris en Adam Michnik gezamenlijk omdat hun kwaliteiten als complementaire kanten van dezelfde boodschap gezien kunnen worden, een boodschap die volmaakt aansluit bij de Erasmiaanse waarden van tolerantie en ondogmatisch denken.

Laudatio

uitgesproken uit naam van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard der Nederlanden door A.H.G. Rinnooy Kan ter gelegenheid van de uitreiking van de Erasmusprijs op 7 november 2001.

Majesteit, Koninklijke Hoogheden, Excellenties, dames en heren,

Het is mij een eer en een genoegen u vanaf deze plaats toe te spreken uit naam van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. Ik zal mijn best doen de grote betrokkenheid van de Regent van onze Stichting over te brengen bij het onderwerp van deze feestelijke plechtigheid en zijn bewondering voor de twee laureaten die vandaag onze gast zijn. Wij zijn blij dat u, Koninklijke Hoogheid, bereid bent als vanouds de prijzen uit te reiken.

Centraal Europa en de culturele scheidslijnen in die regio vormen het geografisch middelpunt van de Erasmusprijs van dit jaar. Het is de gemeenschappelijke noemer in het werk van onze twee laureaten van vandaag. Centraal Europa is niet alleen een definitie van een geografische regio tussen Duitsland en de landen die behoorden tot de voormalige Sovjet Unie. Het is ook de weergave van het begrip Mittel-Europa, een begrip van historische, geografische, politieke en culturele aard. Dit begrip is niet eenduidig en geeft aanleiding tot een levendig debat over waar het precies voor staat en hoe het gedefiniëerd moet worden. Historisch gezien zijn er goede redenen - bijvoorbeeld in de godsdienst en architectuur - om het gebruik van de term Mittel-Europa te rechtvaardigen voor het cultureel-politieke gebied in het hart van Europa, een streek die ruwweg de contouren heeft van het voormalige Habsburgse Rijk, of zelfs een groter gebied dat bestreken wordt door het Middeleeuwse begrip christianitas. Het probleem is waar precies de grenzen getrokken moeten worden.

Bij onze pogingen culturele en geografische eenheden te definiëren worden wij inderdaad voortdurend geconfronteerd met de complexe geschiedenis van grenzen. Centraal Europa in het bijzonder is een mozaïek van oude en nieuwe grenzen die volken, culturen, ideologieën en naties scheiden. Wat wij zien is dat oude grenzen een taai leven leiden en ons denken en onze loyaliteiten blijven beïnvloeden, zelfs wanneer zij geen fysieke realiteit meer zijn. Na de val van het communisme bijvoorbeeld, kwamen oudere en diep gewortelde culturele en etnische loyaliteiten weer aan de oppervlakte, die - in sommige streken - weer gebruikt werden voor politieke doeleinden, zoals we hebben kunnen zien op de Balkan. Tegelijkertijd scheppen wij nieuwe grenzen. Tegen de achtergrond van de uitbreiding van de Europese Unie bijvoorbeeld zullen de grenzen tussen de landen die wel en die nog niet deel uit zullen maken van de Europese Unie ons de komende jaren bezighouden. Het is ook juist in deze grensgebieden, waar de vraag van de relatie tot Europa als een multi-culturele samenleving, op een pregnante manier gesteld zal worden. Tot hoever kan Europa uitgerekt worden, rekening houdend met regionale identiteiten, terwijl tegelijkertijd een nieuwe economische superstructuur wordt geschapen? Hoe kunnen wij voorkomen dat gevoelens van uitsluiting en vernedering de kop opsteken?

Claudio Magris en Adam Michnik hebben onder andere het essay gekozen als middel om deze en andere vragen op te werpen. Het essay is bij uitstek het medium om zulke problemen aan te kaarten. Het is onconventioneel in stijl, overschrijdt de territoria van de journalistiek, de wetenschap en de kunsten, en combineert ogenschijnlijk tegenstrijdige kenmerken: aan de ene kant de afstandelijkheid die nodig is voor reflectie en aan de andere kant de persoonlijke betrokkenheid van de auteur. Het is een genre waarin zowel universalisme als lokale wortels tot uitdrukking kunnen komen. Een flexibel genre dus, dat in bekwame handen een doordringend instrument van expressie en zelfreflectie kan zijn.

Wij vonden dat deze koorddans act - tussen persoonlijke beleving en de neiging de zaken te bekijken vanaf de andere kant van de schutting, als het ware - een karakteristieke trek is in het essayistisch werk van zowel Claudio Magris als Adam Michnik. Wij zien een oeuvre dat elkaar aanvult en versterkt omdat het verschillende aspecten van dezelfde fundamentele boodschap brengt, namelijk, dat een werkelijk democratische samenleving cultureel en politiek pluralisme moet koesteren. Historisch besef en individuele verantwoordelijkheid zijn voorwaarden om onze verschillen te begrijpen en maken het ons mogelijk tolerantie te betrachten en wijze beslissingen te nemen. Door de Prijs toe te kennen aan Magris en Michnik gezamenlijk, denken wij het sterkst mogelijke signaal af te geven om het belang te benadrukken van Culturele Breuklijnen in Europa, het thema van de Erasmusprijs van dit jaar. In hun geschriften en in hun optreden laten deze twee mannen een combinatie zien van scherp observeren, meeslepende literaire kwaliteit en persoonlijke betrokkenheid bij de fascinerende, multiculturele chaos, die Mittel-Europa is.

Mijnheer Michnik, in een van uw essays uit de bundel Letters from Prison bedankt u degenen die u hebben opgesloten in de gevangenis, omdat dit u in staat stelde ongestoord te studeren en schrijven. Uw literaire productie gedurende de ongeveer zes jaar gevangenschap is inderdaad opvallend geweest, zoals uw boek Letters from Prison laat zien. Zowel met deze als met uw andere essays, zoals Letters from Freedom en L'Eglise et la Gauche, heeft u ons een rijk oeuvre verschaft met gedachten over verschillende onderwerpen in verband met de Poolse geschiedenis, een oeuvre waarin de betrokkenheid van de dissident en de afstandelijkheid van de historicus op een unieke manier gecombineerd worden. Uw interesse gaat uit naar het smalle pad tussen onderwerping aan buitenlandse overheersing en de romantische houding van verzet; historische personen die geconfronteerd werden met moeilijke keuzes; de grensgevallen tussen wat als een eervolle overeenkomst en als verraad beschouwd kan worden. Waar liggen de grenzen voor een compromis in tijden van onderdrukking? Trouw aan de kunst van het compromis realiseerde u zich dat factoren als de Katholieke Kerk een cruciaal onderdeel waren van de sociale realiteit van Polen. Uw inzicht in de rol van de Kerk in de Poolse traditie heeft de weg geplaveid voor een werkbare toenadering tussen de krachten van de oppositie gedurende het communistisch regime. Deze verbintenis leidde tot de oprichting van de beweging Solidariteit, de eerste onafhankelijke vakbond in Oost-Europa. In de jaren tachtig van de vorige eeuw herinnerde u steeds uw collega's eraan zich voor te stellen wat er van hen zou worden wanneer de vrijheid zou komen. U toonde respect en begrip ook voor uw tegenstanders en terwijl u leed onder verdrukking schreef u: "Ik ben niet bang voor wat zij ons zullen aandoen, maar voor wat zij van ons zullen maken". En vooruitlopend op de overwinning op het communisme schreef u: "Ik hoop dat wij niet van gevangenen in gevangenbewaarders zullen veranderen". U wenste een nieuw Polen, gebaseerd op burgerlijke in plaats van op etnisch-nationale of religieuze principes. U wenste tolerantie zelfs ten opzichte van communisten, een houding die moeilijk te verkopen was in die omstandigheden. Die jaren tachtig van de vorige eeuw lijken nu zo ver weg en uw essays uit die tijd over het algemeen zo optimistisch in toon, dat de huidige lezer gemakkelijk vergeet onder welke zware omstandigheden deze stukken zijn geschreven. Nu, zo veel jaren later, zijn wij in staat het doorslaggevend belang te zien van het jaar 1989, niet alleen voor Polen, maar ook voor de niet-geweldadige revoluties in ander Oost-Europese landen. Maar uw rol was daarmee niet uitgespeeld. U blijft een invloedrijke factor in de Poolse samenleving. Uw stem blijft te horen door middel van de Gazeta Wyborcza, een dagblad door u opgericht, dat het grootste in Polen is geworden. U bent een optimist en u gelooft dat de Poolse democratie langzaam haar weg vindt, hoewel zij in vele opzichten nog onvolmaakt is. Het feit dat pluralisme en democratie überhaupt in Polen ingang hebben gevonden kan, althans gedeeltelijk, toegeschreven worden aan uw inspirerende inspanningen. Uw basisregel in het leven is van een misleidende eenvoud: "geloof je in een behoorlijke en menselijke samenleving, gedraag je dan behoorlijk en menselijk".

Dames en heren, de essays van onze laureaten nemen ons mee naar delen van Europa waarover de meesten van ons te weinig weten. Desondanks is de problematiek die Magris en Michnik aan de orde stellen van cruciaal belang voor geheel Europa vandaag de dag en staat deze los van de geografische gebieden die hun specifieke uitgangspunt zijn. De Europese Unie staat voor de taak niet alleen nieuwe economieën te integreren, maar ook de culturen van Oost-Europa, die meer dan een halve eeuw van ons gescheiden zijn geweest. Met de Erasmusprijs van dit jaar brengen wij onze bewondering tot uitdrukking voor de twee oeuvres, die een blijvende invloed verdienen op ons denken over de Europese beschaving, een Europa namelijk als een mozaïek van culturele scheidslijnen. In het werk van Magris en Michnik vinden wij een visie op tolerantie in de praktijk die een uitdaging in zich bergt en een bron is van inspiratie.

Mijne heren, gewapend met moed en openheid van geest heeft u beiden wezenlijke menselijke dilemmas aan de orde gesteld. U heeft de netelige kwestie van het compromis en de noodzaak van tolerant gedrag diepgaand onderzocht. In een aansprekende, persoonlijke stijl onderzoekt u bestaansvragen als welke positie men moet innemen tussen de extremen van principiële overtuiging tegenover verraad, van fanatisme tegenover toegevendheid, of tussen de polen van utopia en ontgoocheling. Er is niet maar één, altijd geldig antwoord op deze vragen. Uw persoonlijk antwoord is het best te omschrijven met twee sleutelwoorden: verbeeldingskracht en ruimdenkendheid.

Dankwoord

Het is voor mij een grote eer om hier te staan, gelauwerd met de Erasmusprijs. Ik ben ervan overtuigd dat dit grote eerbetoon eigenlijk een uiting van respect is voor de dissidenten beweging, waarvan ik de eer had deel uit te maken. Onder mijn voorgangers vind ik namen als Leszek Kolakowski, mijn leermeester en Václav Havel, nu president van de republiek Tsjechië, waarmee ik al 25 jaar bevriend ben - toentertijd echter een crimineel en een gevangene, zoals wij allemaal. Ik denk dat ik hier nog de naam van een grote Rus aan toe moet voegen, die van Andrei Sacharov. Hij was indertijd de eerste onder de rechtvaardigen en de eerste die de communistische dictatuur getart heeft.

Wat was nu eigenlijk het wezenlijke in de houding van de dissidenten? Ik denk dat het de moed was ten opzichte van de dictatuur, en de verzoening na de overwinning. Ik denk ook dat ik dit grote eerbetoon te danken heb aan mijn vrienden uit de dissidenten beweging, zoals Jacek Kurón, Bronislaw Geremek en anderen; maar ook aan mijn huidige vrienden, mijn vrienden van Gazeta Wyborcza, het belangrijkste dagblad in Polen dat geleid wordt door de mannen van het verzet, door de voormalige gevangenen - de krant van de vrijheid en de tolerantie, de krant die het tastbare bewijs vormt dat we in een moderne democratie met succes, zonder corruptie en zonder ons te conformeren, kunnen werken bij de media.

Ik denk ook dat deze grote eer een teken van respect is voor de democratie in Polen, voor mijn democratische vaderland; mijn vaderland dat nu, na decennia van dictatuur, vrij en democratisch is. Het is een signaal en een bewijs dat Polen daadwerkelijk een noodzakelijk onderdeel vormt van de Europese beschaving, een teken van hoop dat wij spoedig deel uit zullen maken van de Europese Unie.

U weet misschien dat Nederland dikwijls als mythe gefungeerd heeft voor de belangrijke persoonlijkheden van de Poolse cultuur - bijvoorbeeld voor Leszek Kolakowski die geschreven heeft over het werk van Spinoza, over de Hollandse mystiek en over de tweede reformatiegolf; voor Zbigniew Herbert, de auteur van grote werken over de Nederlandse schilderkunst. Maar in de eerste plaats voor de grote Poolse socioloog Stanislaw Osowski, die na de Tweede Wereldoorlog een klein essay schreef nog voordat de grotere golf van dictatuur en terreur opkwam. Hij schreef dat u, Polen, een goed voorbeeld heeft: de Nederlandse democratie. Nederland, een land dat niet erg rijk is, geen goud heeft en niet veel kolen en olie bezit, maar dat twee voor de Polen heel belangrijke eigenschappen heeft. Allereerst de republikeinse monarchie, waarlijk een apart fenomeen. Zelf was ik mijn hele leven Jacobijn, republikein en revolutionair, maar nu ben ik jaloers dat we in Polen geen monarchie naar Hollands model kennen - het is zoals Erasmus, grote prins van de republiek der letteren, de 'godfather' van de Europese intellectuelen; geen man van het dispuut, maar van de dialoog.

Tenslotte ben ik heel erg blij dat ik samen met mijn vriend Claudio Magris, de grote Italiaanse schrijver, ben onderscheiden. Een auteur die vooral erg belangrijk is voor ons, mensen van Midden-Europa, omdat Donau, het boek van Claudio, voor ons als een bijbel was. Het betekent dat u - Tsjechen, Roemenen en Hongaren- nodig bent voor ons, voor het moderne Europa. Claudio heeft de meer universele ambities nieuw leven ingeblazen in Centraal Europa ten tijde van de dictatuur.

Ik denk dat deze ceremonie een mooie epiloog vormt voor het boek van Claudio. De Donau heeft uiteindelijk Amsterdam bereikt. Het is net als in een slechte Amerikaanse film: wij eindigen met een 'happy end'.

Hartelijk dank.

Biografie

Adam Michnik (Warschau, 1946) studeerde geschiedenis en economie. Op zijn 15e jaar sloot hij zich aan bij een verboden non-conformistische groep en vanaf die tijd behoort hij tot de critici van het communistisch regime. In 1976 is hij als ideoloog medeoprichter van het KOR (Comité voor de Verdediging van Arbeiders) en in 1978 staat hij aan de wieg van de zgn. 'vliegende universiteiten'. In de jaren '80 wordt hij adviseur van de vrije vakbond 'Solidariteit'. Vanaf 1968 heeft Michnik totaal zes jaar in gevangenissen doorgebracht vanwege subversieve activiteiten tegen het communistisch bewind in Polen. Aanbiedingen van de staat om naar het Westen te vertrekken heeft hij altijd afgewezen. Na de ommekeer in 1989 was hij lid van de ronde-tafel conferentie en tot 1991 was hij lid van het eerste niet-communistische Parlement. Sinds 1989 is hij hoofdredacteur van de door hemzelf opgerichte krant Gazeta Wyborcza, het grootste dagblad in Polen. Hij heeft talloze artikelen geschreven in bijvoorbeeld Der Spiegel, Le Monde, El Pais, New York Review of Books, The Washington Post en heeft een groot aantal boeken op zijn naam staan,waaronder L'Eglise et la Gauche, Le dialogue polonais (1977), Letters from Prison (1985), La deuxième Révolution (1990) en Letters from Freedom (1998). Adam Michnik heeft eredoctoraten (The New School for Social Research, New York, de Universiteit van Minnesota en Connecticut College) en heeft een groot aantal prijzen gekregen, waaronder de Robert F. Kennedy Human Rights Award in 1986, de Jurzykowski Prijs in 1989, de Brücke-Preis in 1995 en de Francisco Cerecedo Journalist Prize in 1999.

november 2001

Bruggen en Breuklijnen

Claudio Magris ontving de Erasmusprijs in 2001 in het thema van 'Culturele Breuklijnen'.