Oud-prijswinnaars

Jean Piaget

Jean Piaget

1972

De Erasmusprijs werd in 1972 toegekend aan de Zwitserse kinderpsycholoog Jean Piaget (1896-1980) op grond van zijn baanbrekend werk in het onderzoek naar de denkwereld van het kind en het wordingsproces van het ontluikend begripsvermogen. Van oorsprong bioloog, was Piaget van 1929 tot 1975 hoogleraar Psychologie aan de universiteit van Genève. Piaget heeft zich diepgaand beziggehouden met de ontwikkeling van de taal van het denken. Zijn onderzoekingen toonden aan dat er een denken bestaat dat alleen het kind eigen is. Intensief heeft hij kinderen in de leeftijd tussen 7 en 15 jaar geobserveerd, waarbij hem vooral de wisselwerking tussen het kind en zijn omgeving interesseerde. Piaget onderscheidde vier fases in de ontwikkeling van het kind: beleven van de wereld door middel van beweging, ontwikkeling van motorische vaardigheden, begin van logisch denken en ontwikkeling van het abstract redeneren. In grote lijnen is de theorie dialectisch: de volgende fase breekt aan wanneer het kind de verworvenheden van de vorige als vanzelfsprekend ervaart. Het kind verrijkt zijn begrip van zaken door te handelen, maar tegelijkertijd door na te denken over het effect van het handelen. Belangrijk waren daarbij zijn theorieën over de structuur van het denken en van het redelijk oordeel bij de mens. De vraag hoe de mens tot het geraken van kennis komt, de zogenaamde epistemologie of kennistheorie, is het studieobject van het Centre international d’Epistémologie génetique te Genève. Als oprichter is Piaget tot zijn dood in 1980 hiervan directeur geweest. Piaget’s onderzoek naar de ontwikkeling van kennis is van grote invloed geweest op het onderwijs, vooral het lager onderwijs: doen begrijpen in plaats van opleggen. Bovendien was het van belang voor de begeleiding van geestelijk en lichamelijk gehandicapte kinderen.

Jean Piaget heeft de helft van zijn prijs bestemd voor het Centre international d’Epistémologie génétique te Genève. Deze gelden maakten een studie mogelijk over het abstractie- en generalisatieproces in het wetenschappelijk denken.