Oud-prijswinnaars

Antonio Cassese

2009

Het thema van de Erasmusprijs 2009 was het Internationaal strafrecht en de berechting van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. De prijs werd gedeeld door twee eminente juristen: Antonio Cassese en Benjamin Ferencz. Samen vormen zij – de aanklager en de rechter – de belichaming van de poging om internationale oorlogsmisdaden te bestraffen, te voorkomen en te elimineren.

Antonio Cassese, geboren in 1937, was hoogleraar Internationaal recht aan de Universiteit van Florence. Hij heeft zowel op wetenschappelijk als op maatschappelijk gebied bijdragen geleverd aan dit vakgebied. Al eerste President (1993) van het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag, heeft hij grote betekenis gehad voor het functioneren van het Tribunaal en het vestigen van het gezag van dit en andere tribunalen. Cassese was voorts voorzittend rechter van de Kamer van Beroep van het Rwanda Tribunaal, voorzitter van de Internationale commissie van onderzoek voor Darfur, en President van het Speciale Tribunaal voor Libanon. In zijn rol van rechter, docent, geleerde en criticus, heeft de heer Cassese vele studenten en collega’s gemotiveerd en een cruciale rol gespeeld in de erkenning van internationale tribunalen. Antonio Cassese overleed in 2011.

Gronden van Verlening

Artikel 2 van de statuten van de Stichting Praemium Erasmianum luidt als volgt:
Het doel van de Stichting is om, binnen de context van de culturele tradities van Europa in het algemeen en het gedachtegoed van Erasmus in het bijzonder, de positie van de humaniora, de sociale wetenschappen en de kunsten te versterken. De nadruk ligt op tolerantie, cultureel pluralisme en ondogmatisch, kritisch denken. De Stichting probeert dit doel te bereiken door het toekennen van prijzen en op andere wijze. Een geldprijs wordt uitgereikt onder de naam Erasmusprijs.

In overeenstemming met dit artikel heeft het bestuur van de Stichting Praemium Erasmianum besloten de Erasmusprijs voor het jaar 2009 toe te kennen aan Antonio Cassese en Benjamin Ferencz. De prijs is hun toegekend op grond van de volgende overwegingen.

Beide heren hebben op significante wijze bijgedragen aan de ontwikkeling van een universeel rechtssysteem.
De heer Ferencz heeft het voorkomen van agressie en oorlog gemaakt tot het voornaamste doel van zijn inspanningen en is de drijvende kracht geweest achter de oprichting van het Internationaal Strafhof.
Onvermoeibaar blijft de heer Ferencz vechten voor een vreedzamer wereld, waarin het recht regeert.
De heer Cassese heeft een pioniersrol vervuld bij de oprichting van de eerste internationale hoven en het vestigen van hun autoriteit.
In de functies van rechter, docent, geleerde en criticus heeft de heer Cassese vele studenten en medewerkers gemotiveerd en een cruciale rol gespeeld in de erkenning van internationale tribunalen.
Samen vormen deze mannen - de aanklager en de rechter – de belichaming van de poging om internationale oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid te bestraffen, te voorkomen en te elimineren.

Laudatio

Uitgesproken door Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje

Dames en heren,

Is een vreedzame gemeenschap van staten haalbaar? Mogen we dromen van Utopia?
Velen zullen het erover eens zijn dat we moeten blijven streven naar een minder gewelddadige wereld, maar slechts weinigen geloven dat dit ideaal nog tijdens ons leven verwezenlijkt kan worden. Het concept van een vreedzame samenleving van naties werd al in 1795 geïntroduceerd, toen Immanuel Kant in zijn Naar de eeuwige vrede: een filosofisch ontwerp het idee schetste van een bond van volkeren die conflicten zou beteugelen en vrede tussen staten zou bevorderen. Kant pleitte voor het totstandbrengen van een vreedzame wereldgemeenschap in de hoop dat elke staat zijn burgers zou respecteren en buitenlandse bezoekers als gelijkwaardige rationele wezens zou verwelkomen. Een unie van vrije staten zou wereldwijd een vreedzame samenleving bevorderen, onder toezicht van de internationale gemeenschap.
De ontwikkeling van het internationale recht leidde in 1919 tot de oprichting van de Volkenbond krachtens het Verdrag van Versailles. De Volkenbond was met name in het leven geroepen om nieuwe wereldoorlogen te voorkomen, maar bleek uiteindelijk niet bij machte de agressie van de As-mogendheden in de jaren dertig te voorkomen. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog werd de Volkenbond opgevolgd door de Verenigde Naties, die veel van zijn instellingen erfde, en werd de droom nieuw leven ingeblazen. In de preambule bij het VN-Handvest geven de “volken van de Verenigde Naties” blijk van hun vastbeslotenheid hun krachten te bundelen “ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid” en “door het aanvaarden van beginselen en het invoeren van methodes te verzekeren, dat wapengeweld niet zal worden gebruikt behalve in het algemeen belang”.
De internationale rechtsorde werd in toenemende mate vormgegeven met als uitgangspunt de notie dat plegers van gruwelijke misdrijven niet ongestraft mogen blijven en dat er geen vrede kan zijn zonder gerechtigheid. De tribunalen van Tokio en Neurenberg na de Tweede Wereldoorlog waren met recht mijlpalen in de ontwikkeling van het internationale recht en richtten zich op de individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid, in plaats van op de aansprakelijkheid van de staat. Zowel het tribunaal van Neurenberg als dat van Tokio ontwikkelden het concept van internationale strafrechtelijke aansprakelijkheid voor misdrijven op grond van het internationale recht, zoals oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid, en pasten het toe. Het concept van individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid werd verder uitgewerkt in internationale verdragen zoals de Verdragen van Genève, het Genocideverdrag en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen foltering.
Na Neurenberg en Tokio duurde het echter ruim 40 jaar, tot na het einde van de Koude Oorlog, voordat de internationale vervolging van de ernstigste internationale misdrijven een vervolg kreeg. Vanaf de jaren 90 werden er diverse internationale, of deels internationale, gerechtshoven en tribunalen opgericht door of met steun van de Verenigde Naties, zoals het Joegoslavië- en het Rwanda-tribunaal en de tribunalen voor Sierra Leone, Libanon en Cambodja. Deze tribunalen werden ingesteld voor het berechten van internationale misdrijven in verband met specifieke situaties. Het Internationaal Strafhof, dat werd opgericht bij de ondertekening van het Statuut van Rome in 1998 en in juli 2002 in Den Haag zijn deuren opende, is daarentegen ’s werelds eerste permanente gerechtshof voor strafzaken. Het heeft in beginsel universele rechtsmacht voor de berechting van de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap met zorg vervullen.
Dat internationale tribunalen van groot belang zijn, is evident gezien de internationale misdrijven die overal ter wereld telkens weer worden begaan. De dagelijkse realiteit bij de internationale gerechtshoven en tribunalen kan echter soms een behoorlijke uitdaging zijn. Zo zijn ze bijvoorbeeld voor de uitvoering van hun mandaat afhankelijk van de medewerking van staten.
Aangezien vrede en gerechtigheid samen gaan, moet de internationale gemeenschap haar inspanningen vergroten en zich nadrukkelijk committeren aan internationale rechtspraak als aanvulling op nationale rechtspraak. De internationale strafhoven en tribunalen zouden doeltreffend moeten kunnen functioneren als onafhankelijke gerechtshoven en rechtspreken in het belang van de vrede.
Dames en heren, de Erasmusprijs 2009 heeft als thema "Internationale vervolging en berechting van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid". De prijs wordt uitgereikt op het moment waarop het Joegoslavië-tribunaal en het Rwanda-tribunaal hun werkzaamheden gaan afronden, het moment waarop verscheidene andere gerechtshoven en tribunalen internationale strafzaken behandelen en de wereldgemeenschap meer dan ooit de noodzaak voelt samen te werken om mondiale problemen op te lossen. In deze context achtten wij de tijd rijp om de aandacht te vestigen op de rechtsstaat en het belang van internationale juridische structuren.
De Erasmusprijs wordt toegekend aan twee eminente juristen, Antonio Cassese en Benjamin Ferencz. De Stichting Praemium Erasmianum beschouwt de twee laureaten van dit jaar als sleutelfiguren in de ontwikkeling van het systeem van universeel strafrecht. Beiden hebben hieraan een grote bijdrage geleverd.

 

De oorlogservaringen van de heer Ferencz zijn bepalend geweest voor zijn verdere leven en de moeilijke doelen die hij zichzelf heeft gesteld. Hij was hoofdaanklager bij het Einsatzgruppen-proces in Neurenberg en bracht tweeëntwintig nazi’s die oorlogsmisdrijven hadden begaan voor de rechter. Daarna gaf hij leiding aan programma’s voor de teruggave van eigendommen en rechtsherstel en hielp slachtoffers van het naziregime bij het claimen van schadevergoeding voor hun lijden en verliezen. Hij was als juridisch raadsman betrokken bij onderhandelingen over herstelbetalingen tussen West-Duitsland en Israël en joodse organisaties. Vandaag de dag zijn zijn inspanningen voornamelijk gericht op het voorkomen van oorlog. Hij beschouwt oorlog als het grootste aller kwaden en blijft er tegen strijden. Een van zijn campagnes is erop gericht agressie als misdrijf aan te merken in de zin van het statuut van het Internationaal Strafhof. De heer Ferencz strijdt zijn hele leven al om een einde te maken aan de straffeloosheid van de architecten en plegers van grootschalige gruweldaden en hamert op het belang van individuele aansprakelijkheid. Zijn lange carrière, die begon in Neurenberg, wijdt hij nu aan de ontwikkeling van een wereldwijd functionerend systeem van internationaal strafrecht. De oprichting van nieuwe instellingen, waaronder het Internationaal Strafhof, is dan ook in niet geringe mate aan zijn inspanningen te danken.

Antonio Cassese heeft een sleutelrol gespeeld bij de ontwikkeling van belangrijke rechtsbegrippen en heeft bijgedragen aan de oprichting van de opvolgers van de tribunalen van Neurenberg en Tokio in het belang van de internationale rechtspraak. Hij was een drijvende kracht achter de oprichting van het Internationaal Joegoslavië Tribunaal en heeft in zijn hoedanigheid van eerste President een doorslaggevende rol gespeeld bij het vestigen van het gezag van dit tribunaal.
Gedurende zijn loopbaan heeft Antonio Cassese vele rollen vervuld: hij was rechter, leidde de VN-onderzoekscommissie inzake Darfur, heeft gewerkt als wetenschapper, leraar, editor en commentator en heeft bovendien talrijke boeken en artikelen op zijn naam staan. Hij beschikt over het zeldzame talent zich alle aspecten van het internationale recht werkelijk eigen te maken. Hij weet helderheid en oog voor detail te combineren en kijkt daarbij met name naar de praktische toepassing van het recht. Hij staat inmiddels bekend als een echte doorzetter, iemand die zijn collega’s motiveert en een hele generatie studenten heeft geïnspireerd. Hij trad op als het geweten van het Internationaal Strafhof door zich uit te spreken over de nieuwe en complexe kwesties die eraan zijn voorgelegd. Dhr. Cassese is nu wederom in Den Haag werkzaam, als President van het Speciaal Tribunaal voor Libanon.

Mijne heren, de ontwikkeling van het internationale strafrecht is grotendeels het resultaat van uw werk. Met niet-aflatende ijver heeft u de belangstelling voor universele rechtspraak levend gehouden en gestreden voor de oprichting en erkenning van internationale tribunalen. De toekenning van de Erasmusprijs is een eerbetoon aan uw werk en wij willen hiermee blijk geven van onze grote waardering voor uw standvastigheid in de strijd voor universele rechtspraak.
Ik wil mijn toespraak eindigen met een treffend citaat uit het slotpleidooi van Benjamin Ferencz in Neurenberg tijdens het proces waar hij hoofdaanklager was. Antonio Cassese, destijds President van het Internationaal Joegoslavië Tribunaal, heeft deze woorden herhaald toen hij in 1997 verslag uitbracht aan de Verenigde Naties. Het waren krachtige woorden, die betrekking hadden op mensen die gruweldaden hadden begaan. Aanklager Ferencz zei het volgende tot het Tribunaal: “Zij speelden met levens en hanteerden de dood als werktuig. Als deze mensen niet ter verantwoording kunnen worden geroepen dan verliest het recht zijn betekenis en moet de mens leven in vrees”.
Mijne heren, wij hopen dat de kracht van uw woorden en argumenten een bron van inspiratie blijven voor allen die grootschalige gruwelijkheden bestraft willen zien en wensen dat de heerschappij van het geweld wordt vervangen door de heerschappij van het recht.
Mag ik u uitnodigen, meneer Cassese en meneer Ferencz, naar voren te komen zodat ik u kan bekronen met de versierselen van de prijs.

Dankwoord Antonio Cassese


foto John Thuring

ENIGE GEDACHTEN OVER INTERNATIONAAL STRAFRECHT

Majesteit, Koninklijke Hoogheden, Excellenties, dames en heren,

Een van de weinige dingen waar wij zeker van kunnen zijn in het donkere labyrinth van ons leven is de ondraaglijke hoeveelheid leed dat mensen elkaar aandoen door wreedheid, gewapende conflicten, agressie. Het strafrecht behoort tot de meest beschaafde antwoorden op zulk geweld. Het kanaliseert de haat van de slachtoffers (en hun nabestaanden) en hun verlangen naar bloedige wraak in collectieve instituties die de beschuldigingen objectief waarderen en de behoefte van de slachtoffers bevredigen door de daders te straffen. Zo voorziet het strafrecht in de behoefte zowel het individuele als het collectieve belang te bevredigen. Het combineert de individuele vraag naar een ‘oog-om-oog’ gerechtigheid met het publieke belang dat ligt in het voorkomen en onderdrukken van iedere ernstige inbreuk op de openbare orde en gemeenschapswaarden. Het strafrecht levert zodoende een krachtige bijdrage aan sociale vrede.
Deze ideeën zijn natuurlijk niet nieuw. Wij vinden ze treffend beschreven in die verbazingwekkende schatkamer van menselijke wijsheid, de Griekse tragedies. Aeschylus vertelt ons dat Orestes om de moord op zijn vader Agamemnon te wreken zijn moeder Klytemnestra doodt, die Agamemnon gedood had uit wraak voor het feit hij hun onschuldige dochter Iphigeneia geofferd had aan de goden. Moord verwekte moord in een cyclus van ononderbroken geweld. Orestes echter kent geen rust. Sinds zijn bloedige daad wordt hij vervolgd en gekweld door de Erinyen, ‘de dochters van de nacht’ en de geesten van de wraak en vergelding. Het doden van Klytemnestra brengt Orestes in plaats van rust meer onrust en vrees. De onontkooombare cyclus van de dood wordt pas doorbroken wanneer Orestes terechtstaat voor de Areopagus. Pas wanneer deze onpartijdige, collectieve institutie zich over zijn onschuld uitspreekt en hij wordt vrijgesproken, veranderen de Erinyen in de Eumeniden, ‘de welwillenden’, de geesten van vergeving en verzoening. Dan pas is vrede hersteld. Het proces voor de Areopagus symboliseert het vervangen van de neerwaartse spiraal van destructie en eigenrichting door een collectieve en objectieve afweging van goed en kwaad. Rechtspraak maakt een einde aan geweld en vaagt de haat weg. Zoals Plato in De Republiek schreef, ‘Gerechtigheid is iets dat kostbaarder is dan vele stukken goud’.
Ook internationaal recht vervult deze rol. De opkomst daarvan is inderdaad een van de weinige grote successen van de wereldgemeenschap die wij de laatste twintig jaar hebben gezien. Het is om twee redenen belangrijk.
De eerste is dat het reageert op wreedheden en probeert daar een eind aan te maken, niet door gebruik te maken van de traditionele kanalen, dat wil zeggen via staten, maar op een meer directe en effectieve manier: door juist die personen verantwoordelijk te stellen die, normaliter zich verschuilend achter het schild van de soevereiniteit van de staat, grotelijks de mensenrechten schenden. De meest effectieve manier om respect voor mensenrechten te verzekeren is door deze individuen ter verantwoording te roepen. Zoals het militair tribunaal te Neurenberg treffend stelde in 1946: “Misdrijven tegen het internationaal recht worden begaan door mensen, niet door abstracte entiteiten, en alleen door individuen die dit soort misdrijven begaan te straffen, kunnen de bepalingen van het internationaal recht worden afgedwongen”. Conform deze opvatting formuleerde het Neurenberg tribunaal geen dagvaarding tegen Duitsland; het richtte juist zijn rechtsgang op individuele mensen, de voormalige leiders van het Reich.
Dit systeem van rechtspraak was een eeuwenoude droom. De droom werd werkelijkheid in 1945, stond enige tijd stil, maar kwam weer op gang in de vroege jaren 1990 met de oprichting van het eerste van de ad hoc tribunalen, gevolgd door het Internationaal Strafhof en vele hybride tribunalen.
De tweede reden waarom de opkomst van zo’n systeem van rechtspraak een verbazingwekkende prestatie is geweest in de wereldgemeenschap, is dat het een revolutionaire vernieuwing te weeg heeft gebracht in deze gemeenschap: een aardverschuiving in het denken over soevereiniteit. Traditioneel stonden Leviathans alleen tegenover elkaar. Monarchen en prinsen hadden alleen met elkaar te maken. Ieder van hen heerste met onbeperkte macht over zijn eigen onderdanen en had niets te zeggen over de burgers van andere heersers. De koning van Pruisen mocht niets doen tegen een Brits onderdaan, tenzij deze Pruisische wetten overtreden had op Pruisisch grondgebied. De enige uitzondering die staten in direct contact bracht met buitenlandse individuen, van welke nationaliteit dan ook, was de strijd tegen de piraterij. Deze uitzondering werd echter niet ingegeven door de noodzaak om een universele waarde te beschermen. Hij was gebaseerd op een gezamenlijk belang van staten om deze lastposten te onderdrukken die de vrije vaart op de zeeën belemmerden. Het is inderdaad opmerkelijk dat nooit een internationaal lichaam of instelling is opgericht om piraterij te onderdrukken. Nee, de taak om piraten aan te houden en op te hangen werd overgelaten aan iedere staat afzonderlijk. Afgezien van deze relatief  kleine uitzondering waren individuen onbeduidende pionnen in de gemeenschap van staten.
In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog werd op dramatische wijze gebroken met deze trend en werd een nieuwe nomos geschapen, gebaseerd op de suprematie van internationaal recht boven nationaal recht. Dientengevolge kregen internationale juridische voorschriften een directe invloed op individuen. Artikel 6 (c) van het handvest van het Neurenberg Tribunaal voorzag erin dat misdrijven tegen de menselijkheid bestraft zouden worden, zelfs wanneer zij niet “in strijd waren met de nationale wet van het land waar zij begaan waren”. Dit betekende dat een persoon, ook al handelde die conform zijn eigen nationale wet, desondanks gestraft kon worden voor schending van wettelijke regels vastgelegd door een ander lichaam dan de nationale wetgever, namelijk door de internationale gemeenschap. Zoals een VS militair tribunaal zitting houdend in Neurenberg stelde in de zaak Flick: “internationaal recht als zodanig is bindend voor iedere burger, net als gewoon burgerlijk recht”.
Samenvattend, met de oprichting van internationale straf tribunalen zijn internationale lichamen voor de eerste keer dat machtige en normaliter onneembare fort – de soevereiniteit van de staat – binnengedrongen om al diegenen te bereiken die binnen het fort leven.
Internationaal strafrecht betaalt echter een hoge prijs voor de avant-garde positie in een wereldgemeenschap waarin het Westfalisch model – het model dat vorm kreeg na de Vrede van Westfalen in 1648 - nog sterk verankerd is; een gemeenschap waar eigenbelang nog steeds een overweldigende rol speelt en waar gemeenschappelijke waarden meer gezien worden als verheven uitspraken dan als een leidraad voor de praktijk; een gemeenschap die, zoals een Duitse geleerde in 1932 opmerkte, nog steeds gebouwd is op een vulkaan – soevereiniteit – met als gevolg dat iedere beving van de vulkaan het risico met zich meebrengt dat het netwerk van mooie gebouwen dat geduldig in eeuwen is gebouwd instort. De hoge prijs die strafrecht moet betalen aan het traditionele bouwwerk van de wereldgemeenschap ligt hierin: internationale strafhoven blijven verstrikt in en gebonden door de ingewikkelde positie van soevereiniteit. Met andere woorden, ook zij zijn gebouwd op de vulkaan. Staten deinzen ervoor terug om de moedige stap te zetten waardoor internationele strafhoven volledig autonoom en effectief gemaakt kunnen worden: dat wil zeggen, voor eens en altijd internationale onderzoekers, politiemensen en rechters commissaris toe te staan het territorium van soevereine staten te betreden en daar internationele rechtsbevelen uit te voeren om bewijs te verzamelen, getuigen op te roepen en verdachten of aangeklaagden te arresteren. Zo’n stap wordt gezien als een niet te tolereren inbreuk op het soevereine domein van elke staat. Staten hebben internationale strafhoven ingesteld en hun het gezag gegeven om misdrijven van individuen te berechten – maar zij zijn niet zo ver gegaan om dit gezag te ondersteunen met alle instrumenten voor de handhaving  die hen volledig operationeel zouden maken. Internationele strafhoven zijn bekleed met de scepter en de voorzittershamer, maar niet met het bijbehorende zwaard. Hieruit volgt dat zij alleen kunnen opereren zolang soevereine staten hen de helpende hand bieden. Milosevic, Karadzic en Taylor konden aleen worden gearresteerd en voorgeleid, omdat de nationale autoriteiten besloten hadden samen te werken met internationale hoven. Zodra een staat, op wiens grondgebied een getuige, bewijsmateriaal, een verdachte of een beschuldigde gevonden kan worden, weigert te buigen voor internationaal recht, blijven de internationale strafhoven volslagen machteloos.
Als dit zo is, kan men zich afvragen waarom een traditionele gemeenschap, die draait om eigenbelang en het nastreven van nationale doelen, geaccepteerd heeft dat zulke revolutionaire instellingen als internationale strafhoven werden ingesteld. Zoals wij allemaal weten, waren de internationale tribunalen in Neurenberg opgezet om af te rekenen met de leiders van overwonnen staten op een waardiger manier dan eenvoudigweg executie. Bovendien was het de gedachte, dankzij de invloed van de Amerikaanse leiders, dat een openbaar proces een pedagogisch effect zou hebben door de wandaden van het verleden te laten zien aan nieuwe generaties. In het geval van de tribunalen van voormalig Joegoslavië, Ruanda, Sierra Leone, Cambodja en Libanon diende het creëren van mechanismen van internationale verantwoordelijkheid als tegenwicht enerzijds tegen het falen van staten en internationale organisaties om beslissende politieke, militaire of diplomatieke actie te ondernemen; anderzijds tegen het gebrek aan een duidelijke reactie op binnenlands niveau. Alleen het Internationaal Strafhof (ICC) is geboren uit een oprecht verlangen om het recht toe te passen waarbij politieke overwegingen geen rol spelen en zonder rekening te houden met welke geo-politieke context ook. Het Hof heeft echter geen krachtige ondersteuning gekregen, daar het zijn kracht moet ontlenen aan en afhankelijk is van de medewerking van staten. Hieruit volgt dat, hoe nobel de idealen achter de oprichting ook waren, ook het ICC gefrustreerd kan worden door gebrek aan staatshulp.
Vaak worden internationale strafhoven ook gehinderd door een ander belangrijk tekort. Ondanks de goede bedoelingen van een paar staten en individuen dreigen de meeste te lijden aan het ‘Neurenberg syndroom’; dat wil zeggen de neiging om recht te spreken tijdens of aan het eind van een gewapend conflict, maar alleen met betrekking tot misdrijven die begaan zouden zijn door hen die verloren hebben op militair of politiek niveau. Deze trend is helaas bewaarheid in het geval van de tribunalen van het voormalig Joegoslavië en Ruanda. Het zou zelfs tot op zekere hoogte ook ingeslopen kunnen zijn in de lijn van handelen van het Internationaal Strafhof, dat tot nu toe de neiging heeft om misdrijven te vervolgen die door de staten die zich onderworpen hadden aan het gezag van het Hof, toegeschreven worden aan vijandige elementen.
Zal dit ongelukkige patroon het kenmerk worden van het internationaal strafrecht? Ik denk het niet. Toch ben ik mij er duidelijk van bewust dat mensen de neiging hebben de ogen te sluiten en hun eigen kwaden te vergeten. In plaats daarvan zijn zij er op uit hun militaire of politieke overwinning op de gehate tegenstander langer te laten duren door hem voor het gerecht te brengen, zodra de wapens zijn neergelegd. Voorzover ik weet behoort het enige geval van diep meevoelen van de overwinnaar met de positie van de verslagen vijand tot de fictie, hetgeen laat zien dat alleen in het domein van de fantasie zo’n gevoel kan opkomen. Ik doel weer op een Griekse tragedie: in De Perzen, geschreven in 472 v. Chr., treurt Aischylos – acht jaar na de nederlaag van Darius, koning der Perzen door Athene - om de wanhoop en ellende van de overwonnenen, in plaats van de glorie van zijn eigen volk, de Atheners, te verheerlijken.
Leidt dit alles ertoe dat wij moeten betwijfelen of het internationaal strafrecht al deze potentiële rijkdom zal kunnen verwezenlijken? Ik denk het niet. Internationale strafhoven zijn instellingen waarvan het effect, juist vanwege hun sterk vernieuwende karakter, niet op korte termijn duidelijk zal zijn. Wanneer al degenen die aan deze hoven verbonden zijn, met geduldige, zij het onzichtbare moeite, er dagelijks aan werken om er stemhebbende instellingen van te maken, dan kunnen zij over misschien twintig of dertig jaar het potentieel tot wasdom brengen. De hoven zullen zo in toenemende mate bijdragen aan de bouw van een stevige dam tegen de vloed van toekomstige onmenselijkheid.
Om deze taak te volbrengen moeten wij rekenen op jonge mensen, het zout der aarde. Daarom wil ik de prijs, die de Praemium Erasmianum mij zo genereus heeft toegekend en waarvoor ik mijn diepe dankbaarheid uitspreek, volledig bestemmen voor een Trust fonds. Dit fonds zal de opdracht krijgen die jonge mensen uit de wetenschap en praktijk bij te staan, die vurig verlangen een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van internationale hoven. Het trust fonds zal hun helpen, hoop ik, om een werktuig te zijn in de geleidelijke realisering van onze droom – de droom om ooit een volwassen, werkelijke effectief, vaardig en eerlijk internationaal strafrecht te zien.

Antonio Cassese en Benjamin Ferencz

Antonio Cassese en Benjamin Ferencz kregen in 2009 gezamenlijk de Erasmusprijs.