Oud-prijswinnaars

Daniel C. Dennett

2012

Daniel Dennett (1942) is een Amerikaans filosoof, schrijver en cognitiewetenschapper, wiens onderzoek gericht is op de filosofie van de geest, wetenschapsfilosofie en filosofie van de biologie. Hij is momenteel co-director van het Center for Cognitive Studies, Austin B. Fletcher Professor of Philosophy, en universiteitshoogleraar aan Tufts University, VS. Professor Dennett heeft de meest fundamentele culturele vragen van deze tijd aan de orde gesteld, zoals de vraag waar wij vandaan komen en wat het is dat ons tot mens maakt. Door de jaren heen heeft Dennett gewerkt aan een filosofische theorie die biologische en culturele fenomenen integreert in één overkoepelend, verenigend principe, daarbij Darwin’s evolutietheorie als uitgangspunt nemend voor zijn wereldbeschouwing. Hij schrijft boeken en artikelen over een breed scala aan onderwerpen (boeken zoals Consciousness Explained en Darwin’s Dangerous Idea) en slaagt erin een publiek te bereiken dat zich uitstrekt tot ver buiten de grenzen van de filosofie. In zijn werk slaat Dennett bruggen tussen verschillende disciplines, hij staat pal voor het belang van wetenschappelijk onderzoek en toont hoe de natuurwetenschappen een fundamentele invloed hebben op ons leven en onze toekomst. Daniel Dennett is een bron van inspiratie voor collega-wetenschappers, voor studenten uit verschillende disciplines, en voor een breed algemeen publiek.

Gronden van Verlening

Artikel 2 van de Statuten van de Stichting Praemium Erasmianum leest als volgt: Het doel van de Stichting is om, binnen de context van de culturele tradities van Europa in het algemeen en het gedachtegoed van Erasmus in het bijzonder, de positie van de humaniora, de sociale wetenschappen en de kunsten te versterken. De nadruk ligt op tolerantie, culturele veelvormigheid en ondogmatisch, kritisch denken. De Stichting probeert deze doelstellingen te verwezenlijken door het toekennen van prijzen en via andere middelen. Een geldprijs wordt toegekend onder de naam Erasmusprijs.

Het bestuur van de Stichting Praemium Erasmianum heeft besloten om, in overeenstemming met dit artikel, de Erasmusprijs voor het jaar 2012 toe te kennen aan Daniel Dennett.

De prijs wordt hem toegekend op de volgende gronden:

  • De heer Dennett heeft met grote onverschrokkenheid de meest fundamentele culturele vragen van deze tijd aan de orde gesteld, zoals de vraag waar wij vandaan komen en wat het is dat ons tot mens maakt.
  • Door de jaren heen heeft Dennett gewerkt aan een filosofische theorie die biologische en culturele fenomenen integreert in één overkoepelend, verenigend principe, daarbij Darwin's evolutietheorie als uitgangspunt nemend voor zijn wereldbeschouwing.
  • In zijn werk slaat Dennett bruggen tussen verschillende disciplines, hij staat pal voor het belang van wetenschappelijk onderzoek en toont hoe de natuurwetenschappen een fundamentele invloed hebben op ons leven en onze toekomst.
  • Hij schrijft boeken en artikelen over een breed scala aan onderwerpen en slaagt erin een publiek te bereiken dat zich uitstrekt tot ver buiten de grenzen van de filosofie. Als één van de grote denkers van deze tijd is Daniel Dennett een bron van inspiratie voor collega wetenschappers, voor studenten uit verschillende disciplines, evenals voor een breed algemeen publiek.

Laudatio

uitgesproken op 14 november 2012 door Z.K.H. de Prins van Oranje, Regent van de Stichting Praemium Erasmianum

Het gesproken woord geldt

Geachte dr. Dennett, geachte dames en heren,

Zoals de directeur al aangaf in zijn citaat, hanteert onze stichting bij het kiezen van de winnaars van de Erasmusprijs een aantal waarden die we erasmiaans noemen: tolerantie en ondogmatisch kritisch denken, openstaan voor andere ideeën en culturen en onafhankelijk onderzoek van oorspronkelijke bronnen.

In een tijdperk dat getekend werd door hevige religieuze controverses en oorlogen betoont Erasmus zich in zijn geschriften gematigd, menselijk en sterk overtuigd van de kracht van goede argumenten boven oorlog en geweld.

Erasmus en Maarten Luther raakten verwikkeld in een historisch debat. Erasmus onderschreef de kritiek van Luther op het machtsmisbruik in de kerk en pleitte eveneens voor kerkelijke hervormingen. Op belangrijke punten verschilde hij echter van mening met Luther, bijvoorbeeld over de predestinatie en vrije wil. Volgens Luther lag het handelen van mensen vooraf vast, waardoor de vrije wil in wezen een illusie zou zijn. Erasmus - die juist overtuigd was van de vrije wil - vond dit een zeer gevaarlijke gedachte. Hij wilde Luthers doctrine dan ook weerleggen uit vrees voor ingrijpende maatschappelijke consequenties.

Het dispuut tussen deze twee grote denkers speelde zich 500 jaar geleden af. Maar de controverse rond de vrije wil is nog altijd springlevend. De aard van het debat is echter veranderd. Zo komen er nu vaak argumenten uit de wetenschap aan te pas. Stelt u zich eens voor dat Luther en Erasmus destijds al op de hoogte zouden zijn geweest van genen of DNA.

Onze laureaat van vandaag neemt een prominente plaats in in het huidige debat. Wij zijn dan ook verheugd over het feit dat dr. Dennett speciaal voor ons een essay heeft geschreven over de vrije wil, daarbij voortbouwend op de dialoog tussen Erasmus en Luther. Hij deelt veel van de denktrant van Erasmus, maar benadert de kwestie vanuit een fris en fascinerend perspectief. Verder zal ik niets prijsgeven van zijn betoog. Straks ontvangt u het essay en kunt u het zelf lezen. Soms heeft de spindoctor gelijk.

Dames en heren,

Dit jaar staat het culturele belang van natuurwetenschappen centraal als thema van de Erasmusprijs.

Wetenschap en technologie komen voort uit de menselijke cultuur. Op hun beurt zijn ze van enorme invloed op ons leven en onze cultuur. Inzichten uit de evolutionaire biologie bepalen ons denken over leven en maatschappij. De sociale media veranderen de manier waarop we communiceren. Het voortschrijdend medisch onderzoek roept fundamentele ethische en filosofische vragen op over bewustzijn en vrije wil.

Wetenschap en technologie geven ons leven onomkeerbaar vorm. Ons begrip van de wereld en onszelf wordt voortdurend op de proef gesteld door wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen. Met het thema van dit jaar wil onze stichting het belang onderstrepen van wetenschap en technologie voor ons leven, onze maatschappij en onze toekomst.

Het bestuur van de stichting heeft daarom besloten de Erasmusprijs 2012 toe te kennen aan de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett. Als auteur van invloedrijke boeken als Het bewustzijn verklaard en Darwins gevaarlijke idee bereikt dr. Dennett een enorm publiek ver buiten de academische wereld.

Algemeen bezien worstelt Daniel Dennett met twee van de belangrijkste culturele kwesties van onze tijd. Kwesties die ons zelfbeeld bepalen. Waar komen we vandaan? En wat maakt ons menselijk?

Dr. Dennett selecteerde de breedste en fundamenteelste vragen die hij kon bedenken. Hij maakte zich de kennis eigen om met groot gezag over deze onderwerpen te kunnen schrijven. En met scherp nadenken en gewoon hard werken heeft hij nieuwe inzichten kunnen introduceren op de onderzoeksgebieden rond deze kwesties. Biologen, neurowetenschappers en psychologen beschouwen zijn inzichten, die nieuw licht werpen op traditionele aannames, als baanbrekend. Met zijn oorspronkelijke denkwijze en vloeiende pen spreekt hij een zeer groot publiek aan. Met zijn onverschrokken aanpak van grote kwesties heeft hij de filosofie nieuw leven ingeblazen.

Zoals ik al aangaf, waren Erasmus en Luther nog niet op de hoogte van genen. Darwin evenmin. Maar na Darwin hebben weinig academici het aangedurfd zijn evolutietheorie opnieuw te onderzoeken met de wetenschappelijke inzichten van vandaag. En dat is precies wat dr. Dennett heeft gedaan met zijn boek Darwins gevaarlijke idee, waarin hij haar betitelt als een 'universeel zuur' dat zich door traditionele opvattingen en wereldbeelden heenvreet.

In zijn werk Het bewustzijn verklaard onderzocht hij de natuur en de betekenis van bewustzijn in het licht van de moderne neurowetenschappen. Natuurlijk zijn gedachten in wezen niets anders dan chemische processen en toch beseffen en voelen we allemaal dat het bewustzijn bestaat. Maar wat is het en hoe werkt het? Hier begint het intellectuele avontuur van dr. Dennett.

Voor zijn missie slaat hij allerlei wegen in. Maar of hij nu schrijft over religie en darwinisme, over cognitieve wetenschap, vrijheid of robotica, het werk van dr. Dennett past altijd in een overkoepelend filosofisch kader. Een verenigende visie op mensen en hun leven kan in het wetenschappelijke wereldbeeld worden geïntegreerd zonder hun belang en waarde te ondermijnen.

Dr. Dennett probeert te manoeuvreren tussen het manifeste wereldbeeld van ons dagelijks leven - met tastbare zaken als tafels en stoelen, maar ook intenties en verlangens - en het wetenschappelijke wereldbeeld, bestaande uit entiteiten als neuronen, quantumdeeltjes en zwarte gaten.

Menselijke waarden mogen nooit worden ondermijnd uit naam van de wetenschap. Maar het tegenovergestelde geldt evenzeer. Het menselijke en het wetenschappelijke zijn niet alleen compatibel, ze ondersteunen elkaar. Dr. Dennett zoekt naar een allesomvattend wereldbeeld waarin zowel de humanistische traditie als de ontwikkelingen in de natuurwetenschappen passen. Hij wil beide en vooral deze integrerende visie maakt zijn filosofie zo fascinerend.

Dr. Dennett,

Niet alleen uw visie op de vrije wil die ik zojuist noemde lijkt te wijzen op een zekere geestverwantschap tussen u en Erasmus. Als actief deelnemer aan de geleerde wereld, stond Erasmus open voor andere ideeën en gebruikte die in zijn werk. Wetenschappelijk onderzoek is zeer gebaat bij verschillende invalshoeken en een open en leergierige geest. Dit blijkt eens te meer uit uw werk. Ideeën zijn belangrijk. U bent een bevlogen en inspirerend pleitbezorger voor de kracht van het denken. Het is dan ook geen wonder dat u jongeren sterk aanspreekt met uw optimisme. Maar wat uw werk bovenal uitstraalt is dat een leven van leren en denken niet alleen maar hard werken is. Het is leuk!

Dr. Dennett, in een van onze dagbladen staat een populaire cartoonserie over dokter Sigmund. Een psychiater die zijn patiënten bejegent met nogal ironische therapeutische interventies. Vaak wordt hij echter door hen overbluft. Ik zal een voorbeeld geven.

Er komt een oudere, kale man met bril en socratesbaardje binnen. Hij leest dr. Sigmund de les en wel als volgt: De mens is gewoon een soort computer. Onze psychologische toestand wordt bepaald door een reeks schakelingen in de hersenen. Hij vervolgt: Nergens in de hersenen is zoiets te vinden als een ziel of een "zelf" dat ons aanstuurt. Op dit punt valt dokter Sigmund hem boos in de rede: Wacht even. U kunt de mens toch niet reduceren tot een kille machine?! Met twinkelende ogen gniffelt de man: Gut, u klinkt als een 8 bits ZX Spectrum!

Dr. Dennett, een vraag: Wie bent u echt? Bent u dokter Sigmund of zijn baardige gesprekspartner? Of bent u misschien allebei?

Maar welke kant u ook kiest, ik feliciteer u van harte met de Erasmusprijs. Mag ik u nu uitnodigen naar voren te komen zodat ik u kan huldigen met de versierselen van de Erasmusprijs.

Dankwoord

Majesteit, Koninklijke Hoogheden, Excellenties, leden van het bestuur van de Stichting Praemium Erasmianum,

Ik aanvaard deze onderscheiding met dankbaarheid en een niet geringe verwondering. Het is een eer om hier te zijn en tot u te spreken. Ik wil het bestuur en het Nederlandse volk bedanken voor dit opwindende ogenblik. U kunt zich wellicht wel voorstellen dat ik enige tijd heb nagedacht over hoe dit zo is gekomen en wat ertoe geleid heeft dat ik voor deze onderscheiding ben uitgekozen, en over de vraag of ik die verdien, en over wat dit alles betekent. Gedurende de afgelopen jaren heb ik me intensief bezig gehouden met de nog knellende punten van vrije wil en verantwoordelijkheid, maar in de voetsporen tredend van andere filosofen heb ik me vooral geconcentreerd op de gronden van het verantwoordelijk houden van andere mensen voor het kwaad dat ze doen, niet het goede. Ik wil enkele minuten stilstaan bij de vraag of iemand ooit terecht verantwoordelijk gehouden wordt voor zijn prestaties. Deze gelegenheid suggereert sterk dat we allemaal denken dat een onderscheiding verdiend kan worden, maar laten we niet overhaast conclusies trekken. Misschien maken we allemaal een ernstige vergissing.

Naturalisme – het perspectief dat ik onvoorwaardelijk aanhang en iedereen aanbeveel – is de ontkenning van supernaturalisme en impliceert de erkenning dat we primaten zijn, samen met al onze verwanten aan de boom des levens, en dat wij net als zij bestuurd worden door de wetten van de fysica. We zijn niet voorzien van een élan vital of onsterfelijke zielen of een wonderweefsel van wat voor soort dan ook. Een eik is niet moreel verantwoordelijk voor iets, evenmin als een bacterie of een vogel of een hond. Hoe kan een zo on-wonderlijke levende eenheid als een menselijk individu verantwoordelijk zijn voor iets? Als naturalisten moeten we ons de vraag stellen of de traditionele begrippen lof en blaam, beloning en straf, morele verantwoordelijkheid en iemands verdiende loon, verlaten moeten worden of zwaar herzien. (Iedereen moet die vraag stellen; niet-naturalisten stellen zich misschien voor dat hun opvatting hun een plaats voor verantwoordelijkheid verzekert, maar dat is een illusie).

Dus hoe staat het met mijn huidige benijdenswaardige status? Is dit allemaal gewoon geluk hebben, eenvoudig een reeks van goede momenten, opeengestapeld in mijn leven, met daaraan toegevoegd nog een ander ogenblik van heel groot geluk hebben? Of kan ik met enige rechtvaardiging stellen dat ik deze prijs, althans ten dele, heb verdiend?

Enkele jaren geleden nam ik deel aan een opmerkelijke bijeenkomst in Seattle, waar een paar dagen lang tieners uit het gehele land bij elkaar gebracht waren, met korte voordrachten door mensen die een bijzondere prestatie hadden geleverd – beroemde auteurs, Nobelprijswinnaars in de wetenschap, jonge ondernemers zoals Larry Page en Sergei Brin, de jongens van Google – en één filosoof, ik. Ieder van ons had een kwartier om het jonge publiek uit te leggen hoe we erin geslaagd waren de ladder van succes te bestijgen. Wat me opviel was hoe iedere spreker sprak van een dosis geluk dat hun vroege carrière had veranderd, gevolgd door andere ogenblikken van goed geluk. We waren kennelijk een verzameling van bijzondere geluksvogels. Het kwam me voor dat de boodschap die we deze serieuze hoogvliegers brachten misschien wel echt deprimerend was: het maakte niet uit wat ze wel of niet deden – Vrouwe Fortuna lachte hen toe of niet. Volgend jaar konden ze wel een andere bijeenkomst hebben van knappe middelbareschoolleerlingen en voorgesteld worden aan een paar dozijn winnaars van de loterij die vertelden hoe zij hun winnende loten hadden gekocht en wat ze zouden doen met de gewonnen miljoenen. Op welk verschil, als dat er al was, zou ik kunnen wijzen tussen hen die hun succes hadden verdiend en degenen die gewoon puur geluk hadden gehad?
Vast en zeker was één van de redenen dat de sprekers de rol van geluk hebben in hun leven benadrukten, ingegeven door bescheidenheid, zowel echte bescheidenheid – in sommige gevallen – als de verplichte demonstratie van bescheidenheid die de samenleving van zijn helden verwacht. "Aw shucks, ma'am," zoals de cowboy in de Western zegt met neergeslagen blik en ten-gallon hoed in de hand, "Twarn't nothin. Anybody woulda done the same." Ik waardeer deze beleefde verwachting, maar volgens twee van mijn collega's in hun commentaar op de onmatige titel van mijn boek, Consciousness Explained, (1991) is "voor Dennett bescheidenheid een deugd die voorbehouden is voor speciale gelegenheden.". Dit is zeker een bijzondere gelegenheid, maar niet voor valse bescheidenheid. Ik ben trots op wat ik heb gedaan, en ik ben er trots op geëerd te worden om wat ik gedaan heb, maar ik wil toch de vraag serieus nemen of zulke trots misschien ook wel niet gerechtvaardigd is, een natuurlijke emotie, ja zeker, maar op zijn best een rudimentaire reactie die de adaptieve meerwaarde die hij misschien ooit heeft gehad, heeft overleefd.

In sommige opzichten zijn we allemaal geluksvogels. Van alle organismen die ooit geleefd hebben is de grote meerderheid – meer dan 99% – gestorven zonder nageslacht, maar gedurende miljarden jaren is geen enkele van uw voorouders dat overkomen! U stamt af van een ononderbroken lijn van miljarden en miljarden ouders, teruggaand op bacteria, en geen enkele daarvan is zonder nageslacht gestorven! Dit geldt voor u, ongeacht hoe weinig geluk u recentelijk denkt te hebben gehad, en het gaat op voor de grootste pechvogel die u kent, het geldt voor elke mug of slang. We hebben allemaal het geluk te leven, maar meer in het bijzonder hebben we het geluk dat we het talent geërfd hebben, de competentie, die ons vermogen om in leven te blijven verklaart. We zijn niet verantwoordelijk voor onze talenten gewoon omdat ze 'door God gegeven' zijn. Maar omdat we die talenten nu eenmaal hebben, vormen die – als we er goed gebruik van maken – de verklaring voor succes, en niet gewoon ons puur geluk.
Zeker, sommige mensen zijn echt onfortuinlijk, verstoken van de normale competentie het leven te leiden van een burger, die vrij is om naar eigen keuze zich te bewegen en te handelen. Die zijn niet meer verantwoordelijk voor hun fundamentele incompetentie dan de rest van ons voor onze fundamentele competentie.
En sommigen die een fundamentele competentie hebben, hebben ook ongebruikelijke gaven, muzikaal, wiskundig, atletisch talent of gewoon schoonheid. Het leven is niet eerlijk. Hoe goed je ook bent in één ding, er zijn andere dingen waarvoor je in het geheel geen talent hebt. Geconfronteerd met deze voor de hand liggende waarheid, is het wijs om zo'n nuchter mogelijke beoordeling te maken en je sterke punten uit te buiten. Als je dat doet, en je hebt gewoon een beetje geluk, dan zul je beloond worden – al is het met de voldoening over wat je voor elkaar hebt gekregen met je begaafdheid. Als je dat niet probeert, als je je gaven verspilt, dan is het geen pech die verantwoordelijk is voor je gebrek aan prestaties. Dit is algemene kennis, en voor zover ik zie, wordt die niet aangetast door de erkenning dat we fysieke wezens zijn, die vast zitten in een wereld van een natuurlijke betrekking tussen oorzaak en gevolg.
Alex Bird, beroemd om het fortuin dat hij verdiend had met gokken op paardenraces in Engeland zei eens: "Ik heb mezelf nooit beschouwd als een geluksvogel. Ik ben een lafaard. Daarom kan ik geen gokker zijn. Maar ik werk erg hard. Hoe harder ik werk, hoe meer geluk ik heb!". Als ik mijn eigen loopbaan overzie, dan vind ik daarin een echo van deze waarneming. Geluk, geëxploiteerd door hard werk, genereert steeds meer geluk.
Mijn moeder was een uitstekende redacteur voor een handboekuitgever, en vanaf mijn lagereschooltijd, toen ik probeerde verhalen te schrijven, had ik het geluk dat zij altijd suggesties durfde te doen om mijn schrijven te verbeteren (mijn vrouw heeft gelukkig deze rol overgenomen). Mijn moeder heeft me er ook toe gebracht een snel-type-cursus te doen, zodat ik zonder moeite uren achtereen door kon rammen en schrijven, schrijven, schrijven. Ik was daar zo verzot op dat ik, toen ik naar de Phillips Exeter Academy ging, in de schrijfcursus geplaatst werd van een beroemde leraar, George Bennett, die een indrukwekkende lijst van leerlingen had gehad: Gore Vidal, John Irving, en anderen. Over geluk gesproken! En toen verder naar de universiteit, waar ik door een gelukkig toeval in de wiskundebibliotheek het boek ontdekte van Willard van Orman Quine, From a Logical Point of View, en de hele nacht opbleef om het te lezen. De volgende dag maakte ik plannen om over te gaan naar Harvard om bij Quine te studeren en filosoof te worden zoals hij. Daarna kwam Gilbert Ryle, mijn promotor in Oxford, wederom een excellent schrijver. Ik heb dus de best denkbare training gehad.

In 1979 had ik het geluk door Doug Hofstadter overgehaald te worden om samen met hem het boek The Mind's I uit te geven en samen te stellen – maar natuurlijk was het mijn manier van schrijven die hem overtuigde dat te doen. En Piet Hoenderdos besloot om mijn verhaal "Where am I?" uit dat boek op te nemen in zijn film, Victim of the Brain. En dat bracht me naar Nederland waar ik mezelf speelde – mijn latere zelf – in zijn film. En toen lanceerde Wim Kayzer mij en mijn geachte mede-panelleden naar zoiets als roem – en niet alleen in Nederland – met Een Schitterend Ongeluk. Intussen overtuigde mijn werk aan de filosofie van de cognitiewetenschappen belangrijke vakbeoefenaars dat ik het waard was om verder te leren op hun vakgebied, en zo had ik wederom het geluk om gecoached en geïnformeerd te worden door de allerbesten op het gebied van computerwetenschap, psychologie, hersenwetenschappen, taalkunde en evolutiebiologie.
Kortom, wat ik ook gedaan heb, heb ik gedaan, zoals Ringo Starr zong, "with a little help from my friends." En met heel veel hulp van mijn familie, die ook deelt in de verdiensten van wat ik tot stand heb gebracht.

Voor al deze steun, en voor deze prachtige gelegenheid, dank ik u allen uit de grond van mijn hart.

Video's over Daniel Dennett

Daniel Dennett, een introductie

Interview met Daniel Dennett

Daniel Dennett in gesprek met leerlingen van het 4e Gymnasium

Daniel Dennett, prijswinnaar van 2012, in gesprek met leerlingen van het 4e Gymnasium.

Entree HKH Prinses Beatrix der Nederlanden en prijswinaar Daniel Dennett

HKH Prinses Beatrix der Nederlanden en prijswinaar Daniel Dennett maken hun entree in de Burgerzaal.