Laudatio
De mens is lange tijd gewend geweest de wereld in termen van tegenstelling te zien. Vandaag de dag doen bijvoorbeeld politici overal ter wereld alsof gender alleen een kwestie is van twee biologisch gedefinieerde mogelijkheden. Als we het rijk geschakeerde oeuvre van Donna Haraway tot één enkel thema zouden reduceren – waarmee we haar groot onrecht zouden aandoen – dan zou haar radicale kritiek op binaire tegenstellingen daarvoor een goede kandidaat zijn. De tegenstelling man-vrouw en aanverwante dichotomieën zoals mens-dier, organisme-machine, materieel-immaterieel, natuur-cultuur, primitief-beschaafd, publiek-privé, feit-fictie en goed-kwaad worden door Haraway tegen het licht gehouden, met zorg ontleed en gedeconstrueerd, waarbij ze mogelijke nieuwe verbindingen en perspectieven opent.
Haraway heeft internationale roem geoogst met haar Cyborg Manifesto: Science, Technology and Social-Feminism in the Late Twentieth Century. In dat visionaire essay richt ze zich op de impact van invasieve technologieën op het leven van vrouwen. Ze bekritiseert de mannelijke dominantie in de wetenschappen en laat zien hoe de wereld van de kennisverwerving wordt overheerst door een witte, mannelijke, heteroseksuele ideologie. En dat niet alleen: haar kritische blikken richten zich ook op stromingen binnen het feminisme die vastzitten in binaire tegenstellingen. Als men zich beperkt tot het omverwerpen van de bestaande hiërarchische orde, dan leidt dat tot niets, of hoogstens tot een vorm van identiteitspolitiek die zich baseert op essentialistische identiteiten.
In het Manifesto speelt de cyborg een drievoudige rol. In de eerste plaats refereert het woord aan fictieve personages in de hed3endaagse scifi-romans en films, zoals Blade Runner en Terminator. In de twee plaats gebruikt Haraway de figuur van de cyborg om te laten zien hoe de integratie van mens en machine werkelijkheid is geworden. Nu, veertig jaar na het verschijnen van Cyborg Manifesto, zien we dit dagelijks om ons heen: we gebruiken de smartphone om ons leven te organiseren, BigTech gebruikt onze gedachten en handelingen als input voor het ontwikkelen van AI en drone-cyborgs zaaien dood en verderf in Oekraïne, Gaza en in conflictgebieden overal ter wereld.
Ten derde functioneert de cyborg als een metafoor voor alle hybride vormen die de voornoemde starre tegenstellingen en tweedelingen destabiliseren. De cyborg is zowel organisme als machine, feit zowel als fictie, goed zowel als kwaad, kortom post-gender. Als zodanig legt de cyborg ook nieuwe verbindingen tussen voorheen gemarginaliseerde posities en maakt ruimte voor een meer diverse kijk op de werkelijkheid. Sinds het verschijnen van haar Manifesto dragen de sociale wetenschappen en de mens- en geesteswetenschappen in overweldigende mate bij aan het ontkrachten van die binaire tegenstellingen. Haraway heeft werkelijk pionierswerk verricht.
Hybriditeit kenmerkt ook Haraways interdisciplinaire methode. Ze verbindt geschiedenis, wetenschapsfilosofie en technologie met feminisme, sciencefiction en persoonlijke ervaring. Haar werk kenmerkt zich door een vreugdevolle, ironische, humorvolle stijl, waarmee ze haar boeken, essays, colleges, lezingen en workshops tot ware evenementen maakt. Esprit is een krachtig wapen. Esprit mobiliseert. Haraway heeft generaties geleerden, studenten, kunstenaars, activisten en ontwerpers met haar esprit geïnspireerd.
Haraway, die in drie studierichtingen is afgestudeerd – filosofie, literatuurwetenschap en zoölogie – en is gepromoveerd in de celbiologie, leert ons dat wetenschappelijke kennis altijd verbonden is met de sociale, culturele, politieke, historische en fysieke context van de persoon die die kennis produceert. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze een relativiste is die stelt dat alle kennis hetzelfde waarheidsgehalte en dezelfde waarde heeft. Er is een echte wereld die we kunnen kennen, maar onze kennis daarvan gaat altijd uit van een bepaalde positie.
Haraway ontkent niet dat tegenstellingen in denken en handelen werkelijk bestaan. Wat ze wel ontkent, is dat die permanent zijn. Ze zijn incidenteel, historisch en ambigu. Dat wil zeggen: mogelijk maar niet noodzakelijk, werkelijk maar niet onwrikbaar, en behept met diverse, vaak tegenstrijdige, connotaties. Dat schept ruimte voor politieke actie. Echte objectiviteit, stelt zij, wordt niet bereikt door neutraliteit voor te wenden, maar door de eigen positie en beperkingen te erkennen en er verantwoordelijkheid voor te nemen.
In het nieuwe millennium breidde ze haar onderzoeksterrein nog verder uit. In boeken als The Companion Species Manifesto, When Species Meet en Staying with the Trouble verbreedt Haraway haar focus van cyborgs naar alle relaties tussen mensen en niet-menselijke wezens. We leven, scheppen en ontstaan allemaal samen: symbiose en sympoiesis.
Geen enkele soort, ook de mens niet, leeft geïsoleerd van andere wezens. Net als alle andere soorten zijn mensen onderdeel van het holobiont dat we Aarde noemen. Mensen zijn in geen enkel opzicht uitzonderlijk, tenzij we duidelijk willen maken dat alle soorten op hun eigen manier uitzonderlijk zijn. Wat we moeten leren is iets wat we reactiviteit noemen: leren op andere levende wezens te reageren en dat op een verantwoordelijke manier te doen. Alleen als alle soorten samen gedijen, kunnen we de vele ecologische uitdagingen overleven waar we in deze tijd mee te maken hebben, zoals mondiale opwarming, uitputting van grondstoffen, vervuiling en uitsterving. We moeten allemaal familie van elkaar zien te worden: andere soorten, planten, dieren, schimmels en bacteriën, in plaats van alleen jongen van onze eigen soort voort te brengen.
Om Lyn Margulis te parafraseren, een voorloopster van Haraway: Moeder Aarde is een tough bitch. Samenlevende soorten eten en worden gegeten. Het leven wordt een kwestie van overleven en sterven – en op welke manier – en ‘deze familieleden liever dan die andere’. Probeer vooral overeind te blijven, zegt Haraway. Blijf in het hier en nu, koester geen heimwee naar een paradijs dat er nooit is geweest. En vestig niet je hoop op toekomstige technologische oplossingen. De technologie zal ook geen paradijs op aarde brengen. Overeind blijven betekent dat we de tegenstelling tussen blind technologisch optimisme en apocalyptisch doemdenken moeten overstijgen. Wees hier, wees bewust, wees verantwoordelijk.
De Erasmusprijs ontleent zijn naam aan de Nederlandse humanistische geleerde Desiderius Erasmus. Het is een oeuvreprijs die jaarlijks wordt toegekend aan een persoon of instelling die een buitengewone bijdrage heeft geleverd op het gebied van de geesteswetenschappen, de sociale wetenschappen of de kunsten, in Europa of daarbuiten.
Donna Haraway is ontegenzeglijk een buitengewone wetenschapper die een buitengewone bijdrage heeft geleverd op het gebied van de geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen. Wellicht zal het sommigen bevreemden dat deze prijs wordt toegekend in de geest van de naamgever en dus in de geest van de humanistische traditie. En het is waar dat Haraway zelf het idee bevraagt dat de redding van deze ‘gevaarlijk bedreigde, door vele soorten bevolkte wereld’ van het humanisme moet worden verwacht. Maar het is ook waar dat Haraway, anders dan sommige interpreten van haar werk hebben willen benadrukken, expliciet stelt dat ze geen posthumanist is.
Ook hierin overstijgt Haraway het simpele dualisme. Geen humanist en ook geen posthumanist – waar moeten we haar dan plaatsen? Misschien aan tafel, waar ze samen met de andere soorten haar brood eet. Of liever in haar tuin? ‘Ik ben compostist, geen posthumanist,’ heeft ze eens geschreven. Wij, bewoners van deze terrapolis, zijn allemaal compost. Niemand is posthumaan. De wortel van het woord ‘humaan’ komt van het woord ghem, dat aarde, humus betekent. We zijn allemaal rijk aan verhalen, composterende ideeën en narratieven, we dragen een bron van humus in ons. We zijn allemaal rijp voor verhalen. Mensen zijn geen goden, maar aardse wezens. En we zijn niet alleen, we zijn met talloos velen. Misschien heeft Rusten Hogness, Haraways partner, daarom ooit voorgesteld het woord humanities te vervangen door humusities. Laten we die draad oppakken en voortaan niet meer over humanisme spreken, maar over humusisme. Een creatieve omgang met de taal is tenslotte politiek met andere middelen.
Lieve Donna, in het licht van je buitengewone ‘humusistische’ prestaties en je inspirerende, bemoedigende boodschap dat het nooit te laat is om de wereld beter te maken, is het mij een groot genoegen om je namens het bestuur van de Stichting Praemium Erasmianum van ganser harte geluk te wensen met de toekenning van de Erasmusprijs 2025.