Laudatio

Laudatio Erasmusprijs 2004, op 4 november 2004 uitgesproken door Dr A.H.G. Rinnooy Kan uit naam van Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden, Regent van de Stichting Praemium Erasmianum.

Majesteit, Koninklijke Hoogheden, Excellenties, dames en heren,

Volgens de statuten van de Stichting Praemium Erasmianum wordt de Erasmusprijs verleend aan individuen die een uitzonderlijke bijdrage hebben geleverd op het gebied van de humaniora, sociale wetenschappen en de kunsten. De regent van onze organisatie – ZKH Prins Bernhard van de Nederlanden – heeft de beslissing van het bestuur van de Stichting om de prijs dit jaar toe te kennen aan prof. Sadik al-Azm (Syrië), prof. Fatema Mernissi (Marokko) en prof. Abdulkarim Soroush (Iran) bekrachtigd. Zij delen de prijs als blijk van waardering voor hun bijdragen aan het maatschappelijke en academische debat over het thema Godsdienst en Moderniteit. Het is mij een genoegen om de drie laureaten hier toe te spreken, uit naam van onze Regent ZKH Prins Bernhard.

Godsdienst en Moderniteit is het thema dat gekozen is voor de Erasmusprijs 2004. In het debat wordt de vraag opgeworpen wat de positie is van godsdienst met betrekking tot moderniseringsprocesen in de samenleving. Onze laureaten dit jaar hebben elk op unieke wijze bijgedragen aan deze discussie. Hun gezichtspunten zijn controversieel en invloedrijk, ook buiten de grenzen van hun land van herkomst.

Eerst maak ik enkele algemene opmerkingen over het thema Godsdienst en Moderniteit, voordat ik mij richt tot de laureaten persoonlijk.

Godsdienst en Moderniteit enkele algemene waarnemingen

Er bestaat een wijdverbreid inzicht dat godsdiensten over de gehele wereld op dit ogenblik, tragischerwijze, zeer vaak een bron van moorddadig geweld zijn tegenover mensen van andere godsdienstige achtergrond. In tal van landen wordt godsdienstige autoriteit gebruikt als rechtvaardiging van het aanzetten tot gewelddadige, dikwijls etnische, uitbarstingen en moorddadige conflicten.

In de laatste decennia kan men bijvoorbeeld wijzen op de godsdienstige rechtvaardiging die aangeroepen wordt voor volkerenmoord in Sudan, etnische zuivering in Servië en Bosnië, op godsdienst gebaseerde burgeroorlog in India, Pakistan en Noord-Ierland, en het aanhoudende conflict tussen moslims en joden in het Midden-Oosten.

Extremisten van christelijke, joodse of islamitische achtergrond kunnen verwoesting aanrichten over de gehele wereld, allen met hun eigen God aan hun zijde. Ongeacht of de inzet olie is, woongebied, macht of water: dikwijls zoekt men legitimering van zijn gedrag in godsdienstig geloof als de ultieme bron van waarheid, en de uitdrukking van wat beschouwd wordt als iemands culturele identiteit.

Maar laten we niet de fout begaan om alleen de radicale en extremistische kanten van de verschillende godsdienstige tradities als ons referentiekader te nemen. Uit de geschiedenis wordt duidelijk dat voor vele toegewijde gelovigen, godsdienst ook een bron van inspiratie is en troost, een bron van rechtvaardigheid, sociale verantwoordelijkheid en liefde. Hoe kunnen we bereiken dat deugden als tolerantie en begrip voor de ander de overhand krijgen in onze poging om de wereld vreedzamer te maken? Hoe kunnen we bewerkstelligen dat godsdienst meer wordt ingezet als een instrument voor vreedzame sociale verandering en modernisering, dan als een ideologie die de mensheid verdeelt?

Om de relevantie en actualiteit te illustreren kon ik het niet laten om hier een citaat in te voegen van een onverwachte bron, Pervez Musharraf, President van Pakistan, gepubliceerd in juni dit jaar (Musharraf, 2004):

‘Ik zeg tegen mijn moslimbroeders: de tijd voor een renaissance is gekomen. De weg vooruit gaat via de verlichting. Wij moeten ons toeleggen op de ontwikkeling van het menselijk potentieel door armoede te verlichten en door onderwijs, gezondheidszorg en sociale gerechtigheid. Als dat onze koers is, dan kan die niet worden gerealiseerd door confrontatie. Wij moeten door middel van een gematigde, verzoenende aanpak de strijd aanbinden met de wijdverbreide opvatting dat de islam een militante religie is, onverenigbaar met modernisering, democratie en secularisme.’

Ongetwijfeld zullen velen deze mening delen. Of de weg vooruit uitsluitend via de verlichting zal gaan, blijft nog de vraag.

In West-Europa leidt het publieke debat over Moderniteit tot zelf-reflectie, en de Westerse Verlichting, die algemeen beschouwd wordt als de wieg van de moderniteit, verdient het om nog eens kritisch onderzocht te worden. We zijn nog maar pas begonnen ons te realiseren dat moderniseringsprocessen misschien niet altijd de koers volgen van modellen die in het Westen zijn ontwikkeld.

Dit is dus het soort debat dat onze Stichting wil stimuleren. Ik ga door met enkele opmerkingen over de islam en de connectie met ons thema Godsdienst en Moderniteit.

Godsdienst en Moderniteit – islam

De islam maakt deel uit van Europa en haar culturele erfenis, ook al heeft die zijn grootste verspreiding in andere delen van de wereld. Er zijn vele Europeanen tegenwoordig, bijvoorbeeld Turken en Bosniërs, die om goede redenen hun identiteit zouden omschrijven als zowel Europees als moslim. Er ontwikkelt zich een nieuwe vorm van een Europese islam. Met het oog op mondiale ontwikkelingen op politiek en sociaal gebied, zijn de discussies over islam en Moderniteit zeker van groot belang voor ons. Ook Erasmus zou het hiermee eens zijn geweest.

Onze lauraten vandaag zijn eminente, onafhankelijke denkers: zij hebben kritische, goed-beargumenteerde visies op politieke en culturele ontwikkelingen in het Midden-Oosten evenals in het Westen. Zij zijn bereid hun opponenten in het openbaar debat tegemoet te treden; zij hebben de grote moed getoond hun waarden van vrijheid van meningsuiting hoog te houden. Het zijn ondogmatische denkers die hun mening openbaar geuit hebben, ondanks het feit dat zij daarmee riskeerden hun baan en veiligheid te verliezen. Door hen de Erasmusprijs van dit jaar toe te kennen, hopen wij te bewerkstelligen dat hun stem in nog bredere kring gehoord wordt.

Ik wil graag benadrukken dat deze samengevatte lofprijzingen voor hen allen niet impliceert dat alle drie de laureaten strijders zijn in dezelfde strijd. Zij maken deel uit van verschillende tradities en houden er verschillende opvattingen op na. Zij schrijven over verschillende dingen en voor een verschillend publiek. Wat zij delen is charisma, moed en optimisme, en – met ingang van vandaag – de Erasmusprijs.

********

Dat gezegd hebbend, richt ik mij nu tot de laureaten persoonlijk. Ik richt me nu tot professor Fatema Mernissi.

Fatema Mernissi

In het debat over modernisering in Islamitische samenlevingen neemt de Marokkaanse auteur en sociologe Fatema Mernissi een prominente plaats in. Zij heeft zich bijzonder ervoor ingespannen om de leefomstandigheden te bestuderen van Moslim vrouwen en hun visie op de wereld te verklaren. Zij vindt dit van belang zowel voor henzelf als voor de buitenwereld, die zij te eenzijdig doordrenkt acht van het mannelijk discours.

Door publicatie van interviews met en studies van Marokkaanse vrouwen in verschillende maatschappelijke posities – gepubliceerd in vele talen en landen – heeft zij de stem laten horen van wat zij beschouwt als de onderdrukte en gediscrimineerde helft van de bevolking. Door te schrijven in een toegankelijke, beeldende stijl, heeft Fatema Mernissi een zeer breed publiek bereikt en is een rolmodel geworden voor jongere generaties. Zij bepleit dat vrouwen een volledige rol spelen in het publieke domein. Dankzij haar grondige bekendheid met westerse culturen is zij ook in staat vergelijkingen te treffen met westerse visies op de vrouw en kritische vagen te stellen bij de westerse gevoelens van superioriteit. Mernissi benadrukt dat ook in het Westen vrouwen gemanipuleerd en geëxploiteerd worden, omdat het vrouwelijk lichaam dikwijls gebruikt wordt als gecommercialiseerd sex object.

Al in haar eerste boeken pleit zij met nadruk voor emancipatie van de vrouw. Haar boeken, die voor het grootste deel eerst zijn verschenen in het Engels of Frans, en vervolgens in vele andere vertalingen, zijn zeer wijd verspreid, in het bijzonder ook in islamitische landen. De bijzondere verdienste van Mernissi is dat zij op systematische wijze vormen van onderdrukking van moslim vrouwen heeft bestudeerd, en wel van binnenuit het instituut van de Harem, en deze resultaten ter discussie heeft gesteld. Haar etnografische beschrijvingen zijn uitzonderlijk en van de grootste waarde, aangezien de Harem die zij beschrijft niet meer bestaat in het Marokko van nu. In het midden van de negentiger jaren verbreedde Mernissi haar werk tot de invloed van satelliet en internet op de samenleving. Door een steeds groter wordend internationaal netwerk, getiteld ‘Caravane civique’, geeft zij stem en macht aan een brede groep van kunstenaars, activisten, intellectuelen en ongeletterden uit afgelegen streken van Marokko, met als doel het versterken van ‘civil society’. Als hoogleraar sociologie in Rabat, invloedrijk docent en auteur, heeft zij veel bijgedragen aan de bewustwording van het soort spanningen die nu eenmaal gepaard gaan met modernisering. Zij is een rolmodel geworden voor de moderne Marokkaanse vrouw, die open staat voor de waarden van emancipatie en vertrouwen heeft in haar identiteit.

********

Mag ik nu de drie laureaten vragen naar voren te treden om de versierselen van de Erasmusprijs in ontvangst te nemen.

Referenties

Ceric, M., 2004. Judaism, Christianity, Islam: Hope or Fear of Our Times. pp. 43-56 in: Beyond Violence. Religious Sources of Social Transformation in Judaism, Christianity, and Islam, ed. by J.L. Heft, S.M. Fordham University Press, New York.

Goody, J., 2004. Islam in Europe. Polity, Blackwell Publishing, Oxford.

Greenberg, I., 2004. Religion as a Force for Reconciliation and Peace: A Jewish Analysis. pp. 88-112 in: Beyond Violence. Religious Sources of Social Transformation in Judaism, Christianity, and Islam, ed. by J.L. Heft, S.M. Fordham University Press, New York.

Heft, J.L., 2004. Introduction: Religious Sources for Social Transformation in Judaism, Christianity and Islam. pp. 1-14 in: Beyond Violence. Religious Sources of Social Transformation in Judaism, Christianity, and Islam, ed. by J.L. Heft, S.M. Fordham University Press, New York.

Musharraf, P., 2004. Verlichte Gematigdheid kan de wereld redden. NRC Handelsblad, 2 juni, p. 7.