Charley Boerman

Winnaar Dissertatieprijs 2026

Dissertatie

Framing Famines: Memory, Museums, and Visual Culture

Promotoren: Prof. dr. Marguérite Corporaal & Prof. dr. Lotte Jensen
Copromotor: Dr. Ingrid de Zwarte
Voordracht: Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit der Letteren

Vlak na mijn studententijd besloot ik dat elke dag vlees eten onnodig was, gezien alle heerlijke alternatieven die er voor handen waren. Een ouder familielid van mij zei daarop dat als hij bij mij te eten kwam, hij erop stond dat ik vlees zou serveren. Hij verwees naar de Tweede Wereldoorlog en voedselgebrek toen, en stelde nooit meer een maaltijd zonder vlees te zullen accepteren. Zijn onwrikbaarheid en hoge emotie over wat ogenschijnlijk ging over een tartaartje of een grotere portie champignons laat zien hoe nauw eten verbonden is met de manier waarop wij onszelf zien, waarop wij de wereld om ons heen beleven, en onze plaats daarbinnen vorm geven.

Framing Famines: Memory, Museums, and Visual Culture is een bijzonder origineel proefschrift dat precies daarover gaat: over voedselgebrek en het vorm geven aan de manier waarop wij ons daartoe verhouden. De manier waarop we daar zelfs onze kijk op het leven en onze identiteiten aan verbinden. Het boek gaat over hongersnood in drie verschillende Europese landen en periodes: Finland in de jaren 1866-68; Ukraïne in de jaren 1932-33; en Griekenland in de jaren 41-44. Het werk zoomt in op een breed scala aan vormen en ruimtes waar die traumatische herinnering wordt belegd, variërend van film tot lieux de mémoire en musea. Dit gebeurt zowel van Staatswege als vanuit particuliere initiatieven. Dr. Charley Boerman laat zien dat honger een onverwacht levendig onderdeel is van herinnering, herdenkingen en erfgoedvorming. Ook op nationale schaal, in nation-building.

Boeiend is dat Boerman in haar analyse aantoont dat honger op zeer uiteenlopende manieren wordt verwerkt. Omdat deze tragedies plaatsvonden ten tijde van bezettingen door buitenlandse mogendheden, spelen vragen rondom verantwoordelijkheid, rondom dader- en slachtofferschap, een interessante rol. Daar komt bij dat onmiddellijke verwerking en adressering van de gebeurtenissen werd verhinderd of vertraagd. De stiltes die zo ontstonden, en de herontdekking die daarop volgde, scherpt de beleving van onrecht uit het verleden in het heden, extra aan. In de hedendaagse erfgoeddynamiek kan dat uitmonden in een focus op het kwaad, het zich afzetten tegen een vijand.

Maar het kan ook worden vertaald naar een narratief rondom lijden. Dit wordt uit de doeken gedaan in een hoofdstuk rondom ‘the politicization of the Mother and Child trope’. Door in te zoomen op gender, wordt helder dat het vaak terugkomende beeld van de vrouw in verhalen over honger niet is ontstaan omdat de persoonlijke ervaring van vrouwen als belangrijk wordt gezien. De symboliek van de vrouwenfiguur is eerder die van de relatie tussen moeder en kind, en spreekt daarmee over onschuld, passiviteit, slachtofferschap en lijden. Het laat maar weer eens zien hoe belangrijk het is om vanuit meerdere invalshoeken naar onze praktijk te blijven kijken.

Over die kritische, frisse blik was de jury het eens: het levert een origineel boek op, dat soepel is geschreven. De brede waaier aan onderwerpen, van theaters tot monumenten, betekent wel dat de lezer enigszins wordt uitgedaagd. Maar door de heldere, stapsgewijze opbouw van het boek raakt de lezer al snel vertrouwd met de materie. Ook de keuze voor de blik op Europa droeg bij aan de keuze van dit boek als een van de prijswinnaars van vandaag. Voorbij de stereotype associatie tussen honger en ándere delen van de wereld, laat Boerman zien dat het spook van de honger ook dichter bij huis voorkomt en bovendien actief wordt ingezet in spannende verhalen over wat ons tot een gemeenschap maakt.